Join the Verberne.com Seti Search Squad


[II]

e eigennaam "Verberne"

et is niet met volkomen zekerheid te zeggen hoe de eigennaam Verberne is ontstaan: wat het tijdstip van dit gebeuren betreft zal het wel niet anders zijn dan met alle eigennamen: dit moet omstreeks het jaar 1100 zijn geschied ("Hoe komen wij aan onze namen ?", door G.J. Uitman - uitgeverij het Wereldvenster 1962).
Voor de hand liggend is, dat gedacht wordt aan het gehucht "Berne" nabij Heusden, waar van 1137 - 1579 een Norbertijner Abdij was, later (in 1857) voortgezet te Heeswijk onder de naam "Abdij van Berne".
Naast de naam Verberne komt ook de naam "Van Berne" voor.

Schr. heeft zich in verbinding gesteld met het instituut "Naamkunde" van de Kon. Academie van Wetenschappen te Amsterdam, met de vraag of men aldaar een verklaring over het ontstaan van de naam kon geven.
Uit het antwoord bleek dat men de opvatting dat "Verberne" zou betekenen uit de omgeving van Berne en "Van Berne" uit het plaatsje zelf, welke opvatting door een familielid op grond van haar studie Nederlands werd gehuldigd, niet deelde. Men gaf nog als eventuele mogelijkheid dat het voorvoegsel "ver" afgeleid zou kunnen zijn van "Vrouwe". Winkler (standaardwerk voor eigennamen) noemt men er enkele voorbeelden van: Veraechtens, d.i. Vrouw Achten (of Aagten) zoon, Verbrechtens (Vrouw Brechtens zoon). Uit andere voorbeelden die Winkler geeft blijkt dat achter de naam vrijwel altijd het suffix -s of -n (afgeleid van zoon) komt, en dan zou er in "berne" ook een vrouwennaam verborgen moeten zijn. Geen van beide lijkt hier het geval te zijn.

De conclusie van het bureau "Naamkunde" was dat we de familienaam Verberne veilig kunnen afleiden van het dorpje Berne (of de abdij).
De bestaande neiging om de naam Verberne te verbasteren in Van Berne, die schr. in zijn jeugd herhaaldelijk heeft waargenomen, heeft mogelijk geleid tot het equivalent Van Berne.

[III]

rratum

a het afsluiten van dit verhaal is gebleken (i.v.m. het verschijnen van Texelse Geslachten II van de hand der HH Dr. M.D. Dijt en diens zoon Mr. J.S.M. Dijt) dat er enkele onjuistheden in het vorenstaande zijn geslopen. Het zijn de volgende:

Blz 12, 2e alinea: Hier staat vermeld dat Jan Pieters Verberne Jr loods van beroep was; uit Texelse Geslachten II is gebleken dat hij later kapitein is geworden. Hij werd de stamvader van de Helderse tak der familie.

Blz 14 bovenste regel: 1) Johanna moet gewijzigd worden in Johannes. Hij is overleden op 18-07-1803.
Id 3) Theunis ged 01-06-1805, is overleden 18-08-1805 i.p.v. 10-05-1810.
Id 4) Maria ged 29-07-1806 is overleden 10-05-1810 i.p.v. 18-08-1806.

Click to enlarge
Verkoop Brabantse eigendommen door Jan Jacobs Verberne wegens verhuizing naar Texel.
(gedoopt/baptised 1695/96, † 27-01-1767 Den Burg)
Sale by Jan Jacobs Verberne of real-estate in North-Brabant due to removal to Texel island.


[2.]

I. acob Jansen Verberne (1664-1713/14).

mstreeks 1700 vestigde zich op Texel een Jacob Jans(s)en Verberne, geboren in Noordbrabant, vermoedelijk in de omgeving van Lierop (Asten ? - waar thans nog Verberne's wonen, of Helmond ? ). Zijn doop staat in het doopboek van Lierop, dat nu op 15-07-1664 begint, niet ingeschreven; uit op Texel gevonden acten kan worden afgeleid dat hij in 1664 of 1665 is geboren. In het Liber Matrimonium van Lierop is zijn huwelijk wel ingeschreven: op 09-02-1692 ondertrouwt hij en op 03-03-1692 trouwt hij aldaar met Maria Janse Verhees. Zij was een dochter van Johannes Andries Verhees en Johanna van Dijck en was te Lierop gedoopt op 24-02-1672. De bruid was dus juist 20 jaar en de bruigom 27 of 28 jaar.
Jacob Jansz Verberne 1711 Het is zeer waarschijnlijk dat Jacob Jansen Verberne (ook wel eens Verbern of Verbarn genoemd) behoorde tot de groep handelaren die men "Teuten" noemt: kooplieden die uit de Peel (voornamelijk de Belgische) vroeg in het voorjaar, bepakt met hun mars naar het Noorden trokken, daar hun waren aan de man brachten en laat in het najaar weer naar hun woonsteden terugkeerden. Er zijn gevallen gevonden waarbij dergelijkelieden ergens een winkel hadden in de zomer, b.v. te Alkmaar en ook lieden diezich blijvend ergens vestigden. Dit laatste moet ook het geval zijn geweest met Jacob Jansen Verberne. De archivaris Dr. M. Bussles (Hasselt B) heeft over de Teuten en hun handel geschreven in "Het Oude Land in Loon" Jaargang XII.

Tussenvoegsel:

oost Michiels Verberne

Jacob Jansen Verberne werd meermalen tezamen aangetroffen met een Joost Michiels Verberne,die wel in Lierop is gedoopt, nl. op 23-11-1672 als derde kind en eerste zoon van Michaëlis Joste (Joost) Verberne (geb ca 1643) en Gerarda Gerardi van Goch (geb ca.1648). Schr meent zijn afstamming te hebben kunnen volgen tot ca 1580. Of Joost Michiels Verberne familie was van Jacob Jansen Verberne kon niet worden vastgesteld; het lijkt niet onmogelijk, want bij het eerste kind van het echtpaar Jacob Verberne - Verhees dat op Texel gedoopt werd was Joost Michiels Verberne peter, waarvoor dikwijls familieledenwerden aangezocht.

Op 29-10-1704 kocht Joost Michiels Verberne een huis aan de Binnenburg te Den Burg voor f 290,= gulden. Na zijn dood werd dit verkocht - hij heeft er nooit in gewoond. Op 18-10-1713 kocht Joost Michiels Verberne (woonachtig te Lierop in de Meijerij van den Bosch) in Den Helder een huis, huisje en akkerland waar hij toen ging wonen: hij werd toen een dekenman genoemd (handelaar in dekens verm.). Op 19-10-1713 heeft hij het aan de stok met de justitie te Huisduinen: "Joost Verberne, tegenwoordig op dezen lande", die hout van het terrein van een Jan Simons Voogd had gehaald (gegapt?). Op 30-11-1713 krijgt hij een aanmaning om het restant van f 200,= kooppenningen van een tuintje te betalen (rechterlijk archief te Huisduinen). Op 07-06-1710 (oudrechterlijkarchief van Wieringen) had Joost Michiels Verberne moeilijkheden met het gerecht aldaar, omdat telkens als hij op het eiland Wieringen kwam voor koopmanschap, geen "armengeld" betaalde, wat hij blijkbaar wel behoorde te doen.

Joost Michielsz Verberne overlijdt eind april 1739 - dit blijkt uit de "Impost op het overlijden" van Den Helder: "Joost Verberne lijk f 3=0=0" (datum 30-04-1739) - hij was 67 jaar oud. Een van zijn erfgenamen, een Thomas Verberne uit Helmond, komt naar het Noorden om de erfenis te regelen en geeft aan Jan Jacobs Verberne (de oudste zoon van Jacob Jansen Verberne) volmacht namens alle overige erfgenamen. Zeer waarschijnlijk is Joost Michielsz V. altijd ongehuwd gebleven. Zoals reeds werd vermeld werkte Jacob Jansen Verberne veel (?) met Joost Michielsz Verberne samen: ze waren beide marskramer en zijn tezamen in Schagen en in 1710 samen op Wieringen gesignaleerd.

[3.]

erugkerend naar Jacob Jansen Verberne: het eerste teken van zijn aanwezigdheid op Texel wordt gevonden op 13-11-1702, toen Jacob's dochter Geertruy werd gedoopt (de naam werd als Verberne geschreven); zoals reeds werd vermeld was Joost Michielsz Verberne een der getuigen; de ouders woonden in Den Burg. Bij verdere onderzoekingen is gebleken dat Geertruy het derde kind was van het echtpaar Verberne - Verhees.
Er was reeds een Jan (Jacobs) Verberne, geboren in 1695 of 1696: in een akte van 30-03-1735 wordt hij nl 39 jaar oud genoemd; plaats geboorte is onbekend. Het andere kind was een Jannetje (Jacobs); ook van haar zijn doopdatum noch plaats van geboorte gevonden. Wie de oudste van beide spruiten was, is dus niet bekend.

Het echtpaar Jacob Jansen Verberne - Verhees kreeg 6 kinderen:

 

 

 

 

 

 

              {
tweeling {
              {
              {

  1. Jan Jacobsz
    • {ged 1695/96 te ??
    • {† 27-01-1767 te Den Burg
  2. Jannetje
    • {ged ?? te ??
    • {† ?? te Amersfoort (verm)
  3. Geertruy
    • {ged 13-11-1702 te Den Burg
    • {† ?? te Amersfoort (verm)
  4. Gillis (Jelis of Jellis)
    • {ged 31-03-1705 te Den Burg
    • {† 01-06-1773 te Den Burg
  5. Andries
    • {ged 31-03-1708 te Den Burg
    • {† ?? te Amersfoort (verm)
  6. Pieter
    • {ged 31-07-1708 te Den Burg
    • {† tussen 10-02 en 06-05-1751 te Den Burg
De laatste drie zonen werden op 31-03 gedoopt.
De tak van Jan stierf in 1820 in de mannelijke linie uit.


r zijn in het Rijksarchief te Haarlem enige acten gevonden waaruit ten opzichte van Jacob Jansen Verberne het een en ander valt af te leiden. Dat hij marskramer was volgt uit een notariële akte waarin staat dat hij "aent Schilt zijnde ..... met zijn mars" enz. In een andere akte staat dat hij "koopman in lakens" was, dit werd doorgehaald en vervangen door "winkelier". In nog een andere gaf hij volmacht aan een handelaar in glas. Hieruit valt af te leiden dat hij marskramer was, winkelier en o.a. in glas en lakens handelde.

Op 23 oktober 1709 taxeerde hij op verzoek met een collega de inboedel van de weduwe Sara Barmentlo (een gegoede familie op Texel), die uit haar eerste huwelijk kinderen had en hertrouwen wilde. Beide taxateurs kwamen tot een bedrag van f 2497,= en 6 stuivers (zonder de juwelen die in Amsterdam getaxeerd moesten worden); een fiks bedrag voor die tijd! De taxatielijst is bewaard gebleven en is interessant om door te lezen, wat betreft de inrichting van een voornaam huis.

Op 25 april 1710 blijft Jacob Jansen borg voor de (eventuele) weduwe en kinderen van iemand die Texel verlaten had ("dat het Eijland Texel geen belastinge zal hebben van weduw of kinderen").
Op 5 juni 1710 ondertekent hij een notarië akte waarin hij verklaart getuige te zijn geweest van een gesprek, waarbij een bepaalde persoon aan een derde last gaf een zilveren lamp uit een kerk te halen. Het lijkt steller dezes niet onmogleijkdat het R.K. kerkbestuur achterstallig was met de betaling van de jaarlijkse som van f 400,= aan de baljuw voor de beperkte godsdienstvrijheid. Dit bedrag was tijdens het pastoraat van de eerste pastoor op Texel na de reformatie (van der Mijs 1623-1633) vastgesteld en is lang gebleven op dit bedrag ofschoon het kerkbestuur er meer dan eens aan "getrokken" heeft. In 1644 werden alle gelden en goederen van de "Statie" in beslag genomen (altaarbenodigdheden al voor f 2000,=) en in 1648 werd op last van Hof van Holland "de Papenkerk en al het silverwerck" geconfisceerd (van der Vlis, blz 106 - zelfde zaak?). Misschien heeft men in 1710 getracht uit vrees voor confiscatie de bewuste lamp te laten onderduiken ? .


[4.]

p 18 mei 1713; Schepenvonnis: "Jacob Verbern" eist 9 gulden van iemand wegens geleverde waren; uitspraak: de schuldenaar moet f 6,= en 10 stuiver betalen plus de kosten van het geding.
De overlijdensdatum van Jacob Jansen Verberne is niet gevonden maar kon wel enigszins benaderd worden: bovengenoemde eis van 18 mei 1713 diende hij zelf in. Op 21 juni 1714 doet de zoon van Jacob dit. In een latere akte wordt syn vrouw weduwe genoemd. Hij zal dus tussen 18 mei 1713 en 21 juni 1714 overleden zijn, ongeveer 50 jaar oud.

De zes kinderen van Jacob Jansen Verberne zijn alle volwassen geworden hetgeen een uitzondering mag heten voor die tijd van grote kindersterfte. Hierbij zij aangetekend dat we volslagen onwetend zijn over de eerste tien huwelijksjaren.
De weduwe (ca 42 jaar oud) bleef met haar 6 minderjarige kinderen van ongeveer 5 tot 18 jaar zitten; misschien heeft ze de winkel aangehouden en kon(den)de oudste(n) al wat verdienen. Bovendien was Jacob Jansen, zoals we later zullen zien zeer gegoed geweest, zodat er van armoede zeker geen sprake zal zijn geweest. Van voogden over de kinderen is niet meer bekend dan dat in 1727 Hendrik Cornelis Dekker en Jan Isbrandsz de Boer voogden waren over de tweeling

In juli 1722 geeft de weduwe van Jacob Jansen Verberne uitgebreid volmacht aan haar oudste meerderjarige zoon Jan, om namens haar alle rechtshandelingen te verrichten (zij tekent met een kruisje, kon blijkbaar niet schrijven). Het is zeer waarschijnlijk dat zij deze volmacht gaf i.v.m. haar vertrek naar Amersfoort. Er is een akte gevonden van 6 juli 1723 waarin sprake is van een huis in de Warmoesstraat in Den Burg "belend de weduwe Jacob Verberne", maar dat behoeft niet te betekenen dat zij daar toen woonde : de belendingen werden genoemd naar de eigenaar van het perceel. Misschien is het een aanwijzing dat Jacob Jansen Verberne in de Warmoesstraat heeft gewoond. In ieder geval is zijn weduwe naar Amersfoort verhuisd met Jannetje, Geertruy op en Andries. Jannetje trouwde op 13 mei 1726 met een Johannes van Raelt, Geertruy op 26 juni 1731 met Abraham van Struyvenberg en Andries op 4 september 1731 met Agnes van 't Geyn, alle drie in Amersfoort.


mstreeks de tijd van beide laatst genoemde huwelijken overleed Maritie Verhees: op 28 november 1731 werd door de op Texel achtergebleven zonen en hun vrouwen de oudste broer nl. Jan Jacobs Verberne gemachtigd om hun belangen als testamentaire erfgenaam van "wijlen Maritie van wed Jan van Dijck, overleden in de respectieve stad Aamsfoort" te behartigen. Misschien is Maritie met een Jan van Dijck hertrouwd (haar moeder heette ook Van Dijk; er is geen onderzoek naar ingesteld. Toen ze naar Amersfoort verhuisde was ze ca 50 jaar oud en bemiddeld; ze had dus nog best kunnen hertouwen. Dat zij in 1722/'23 haar gezin splitste in drie kinderen op Texel achterliet moet toch wel een gewichtige reden hebben gehad, b.v. een tweede huwelijk! Maritie Verhees is 59 jaar geworden.

Jacob Jansen Verberne is een vermogend man geweest; dit kan geconcludeerd worden uit het volgende: toen Geertruy op 26 juni 1731 trouwde met Abraham van Struyvenberg geschiedde dit op huwelijksvoorwaarden, waarvan de acte bewaard is gebleven. Hij was veerschipper op Amsterdam en zijn inbreng van 't veer met toebehoren werd geschat op f 2000,=. Het bedrag echter dat de bruid inbracht werd geraamd op f 7000,= Het echtpaar Jacob Verberne - Verhees had 6 kinderen; dus was vader jacob minstens f 42.000,= rijk! Een groot bedrag voor die tijd.

« Index « Overzicht « Overview « » Verder » Continue »