Pieter Jacobs Verberne

Pieter Jacobs Verberne

Gedoopt op 31 maart 1708, werd hij op 5 à 6-jarige leeftijd halve wees. Zijn moeder werd uiteraard voogdes; wie de tweede voogd was is niet gebleken. Blijkens een akte van 1727 waren, zoals reeds is gemeld, toen voogden Hendrik Cornelis Dekker en Jan Isbrandsz de Boer over hem en zijn broer. Zou het feit dat er toen twee voogden waren verband houden met het feit dat hun moeder in Amersfoort woonde ? Heeft hij zijn jeugd doorgebracht in het weeshuis of is hij opgenomen geweest in een gezin ?
Een goede bekende van de Verberne’s was een zekere Gerrit van Loodij(c)k die “verver” van zijn beroep was. Er is een acte van 31-05-1727 (RAH)+6877 gevonden, waarin Gerrit van Loodijck aan Pieter Jacobsen Verberne (19 jaar) en diens broer Jellis Jacobse Verberne (22 jaar) huis en erf en alles wat behoort tot de [5.] “ververije”, Gasthuisstraat de Burg, voor f 1000,= op hypotheek verkoopt. Dit huis stond al in 1703 op naam van van Lodijck. Op grond van bovenstaande kan worden aangenomen dat Jellis en Pieter het schildersvak hebben geleerd. Dit is voor Pieter bevestigd door een vondst in het Huydecoperarchief van 1742 te Utrecht (Huydecoper – de bekende letterkundige – was toen baljuw op Texel) dat er aan Den Burg in de Gasthuisstraat 240 ee P.Verberne woonde, een verver (2 personen). Uit latere gegevens blijkt dat Jellis boer of koopman geworden is; in een acte van 22-07-1770 (RAH 4888) wordt hij opkoper van vellen en plooters (huiden met wol)genoemd. Volgens een acte van 10-08-17 30 (RAH4858) neemt Pieter Verberne alle goederen en effecten over van Gerrit van Lodijck en verplicht zich voortaan voor laatsgenoemde te zorgen met spijs, drank, kleren en wat hij verder nodigmocht hebben. Het is mogelijk dat de verhouding Pieter Verberne tot Gerrit van Lodijck een zuiver commerciële is geweest, maar zou het ook niet zo kunnen zijn dat Pieter en Jellis destijds in het gezin van Lodijck werden opgenomen toen hun moeder van Texel naar Amersfoort vertrok en dat er in de taak die Pieter bij laatsgenoemde akte op zich nam ook een element van dank en toegenegenheid aanwezig was ? Er moet een langdurige relatie van vriendschap hebben bestaan tussen de families Verberne en van Lodijck, want bij de doop van Andries Jacobs Verberne op 31 maart 1708 was een “Grietie van Loodijk” meter.
De drie gebroeders Verberne die op Texel waren achtergebleven hadden blijkbaar een goede naam op het eiland, hetgeen op te maken valt uit een testament van 2 januari 1740 van Jellis Keersemaker en Maria Dirks (echtpaar uit den Hoorn). In dit testament was de bepaling opgenomen, dat, om familieruzies te voorkomen, als executeurs worden aangewezen Jan en Jellis Jacobse Verberne uit Den Burg en bij overlijden van een dezer: Pieter Jacobse Verberne in Den Burg. Ooktussen de families Verberne en Ke(e)rsemaker moet een bepaalde relatie hebben bestaan want bovengenoemde Jellis Keersemaker was peetoom (doopgetuige) van Jellis Verberne.
Pieter jacobs Verberne werd dus schilder. Op 23 -jarige leeftijd trouwde hij (datum 19 oktober 1731) met Pietertje Pieters Dij (niet Dijt), dochter van Pieter Hendriks Dij (geb ca 1680) en Hiltie Isbrands (geb 1685 en overleden na 10-06-1735). Pietertje was op Texel op 04-10-1709 gedoopt en was dus juist 22 jaar oud. Uit dit huwelijkwerd op 11-08-1732 een dochter geboren genaamd Martje; bij de doop was meter: Jannetje Jacobs Verberne uit Amersfoort. Het kindje moet vroeg zijn gestorven. Ook de moeder was geen lang leven beschoren; haar pverlijdensdatum is niet bekend maar ligt tussen 19-01-1734 en 10-06-1735. Op 19-01-1734 maken Pieter Jacobs Verberne en “Pieterie Pieters” een testament; zij was ziek,hij gezond (RAH 4859). Bij deze akte was Gerrit van Lodijck getuige. Op 10-061735 (RAH 4860) maakt Hiltie Isbrands (Pietertjes moeder) een testament waarbij zij als hoofderfgenaameen nichtje aanwijst; Pieter Jacobs Verberne “in huwelijk gehad hebbende haar overleden dochter”, kreeg 1500 Carolusguldens toegewezen, benevens eens stuk land ter waarde van 600 Carolusguldens. De testamentrice herriep echter dit testament op 13-12-1736 (RAH 4861), vermoedelijk in verband met het tweede huwelijk van Pieter Jacobs. Deze was namelijk op 23 november 1736 hertrouwd met een Texels meisje Antje Simons Ran, gedoopt 23-01-1716, dochter van Simon Jansz Ran (1687-1750) [6.] en Antje Simons Eijder (1682- ?).

Uit dit huwelijk werden 5 kinderen geboren:

  1. Jacob
    • {ged 16-09-1737 te Den Burg
    • {† tussen 08-12-1790 en 17-07-1795
    • (Niet teruggekeerd van een zeereis)
  2. Jan
    • {ged 16-03-1739 te Den Burg
    • {† 14-11-1814 Den Burg
  3. Marijtje
    • {ged 23-12-1740 Den Burg
    • {† 07-05-1800 Den Burg
  4. Crelis
    • {ged 22-10-1743 Den Burg
    • {† 14-09-1808 Den Burg
  5. Antje
    • {ged 18-03-1746 Den Burg
    • {† verm vroeg Den Burg

Pieter Jacobs overlijdensdatum is niet nauwkeurig bekend. De laatste akte bij zijn leven is gedateerd 10-02-1751 en uit een akte van 06-05-1751 blijkt dat hij op die datum niet meer in leven was. Hij werd dus 42 of 43 jaar oud. Zijn echtgenote overleefde hem ongeveer twee jaar; zij stierf op 3 maart 1753, pas 37 jaar oud. Volgens een acte van 27-04-1755 (RAH 4883) waren op de datum van die akte voogden over de kinderen; Jelis Jacobs Verberne (oom) en Dirk Cornelis Zijm (geen familie voor zover bekend). Op 13-01-1761 (RAH 4886) geven deze voogden een volmacht aan “Mr Jan Verberne” (di Jan Jacobs Verberne) waarvan de inhoud aan schrijver dezes niet bekend is.

In het R.A. Haarlem zijn vrij veel akten gevonden (ruim 20) die van zijn activiteiten inzicht geven. Hij kocht nog al wat land; in de Gasthuisstrat bezat hij twee huizen en een schuur. Vrij veel kocht hij op hypotheek maar de indruk werd gevestigd dat hij deze hypotheken vrij snel afbetaalde. Niettemin wa hij op 18-12-1750 aan een Hendrik Cornelis Groot een bedrag van f 1100,= schuldig: hypotheek op huis in de Gasthuisstraat en op land en de polder ‘t Kley (300 roeden) en op nog een huis in de Gasthuisstraat. Op 30-061752 (dus na de dood van Pieter werd de hypotheek met f 700,= verminderd of afgelost en het land ontslagen van hypotheek.

Zijn weduwe Antje Sijmons Ran verkocht op 06-05-1751 land in Westergeest voor f 260,= (op hypotheek), op 22-06 1752 een huis in de Gasthuisstraat voor f 75,= contant, op 23-06-1752 land in de polder ‘t Kley voor f 835,= (contant) en op 03-07-1752 nog een stuk land Everste Koog voor f412,= (contant). Ze ontving dus ruim f 1400,= contant, waarmee ze de schulden wel zal hebben kunnen betalen. Het huis in de Gasthuisstraat stond op 21-08-1770 nog ten name van de erven Pieter Jacobs Verberne. Alles overziende kan wel gezegd worden dat Pieter Jacobs Verberne redelijk gegoed was een zeker een goede plaats innam in de Texelse gemeenschap althans die in Den Burg. Van burgerlijke (het was voor 1795!) of kerkelijke functies is niet gebleken.


 

Leave a Reply