Jacob Jansen (1664) (NL)

[2.]

I. Jacob Jansen Verberne (1664 – 1713/14).

jj1711

Jacob Jansen Verberne (1711)

Omstreeks 1700 vestigde zich op Texel een Jacob Jans(s)en Verberne, geboren in Noord-Brabant, vermoedelijk in de omgeving van Lierop (Asten ? – waar thans nog Verberne’s wonen, of Helmond ? ). Zijn doop staat in het doopboek van Lierop, dat nu op 15-07-1664 begint, niet ingeschreven; uit op Texel gevonden acten kan worden afgeleid dat hij in 1664 of 1665 is geboren. In het Liber Matrimonium van Lierop is zijn huwelijk wel ingeschreven: op 09-02-1692 ondertrouwt hij en op 03-03-1692 trouwt hij aldaar met Maria Janse Verhees. Zij was een dochter van Johannes Andries Verhees en Johanna van Dijck en was te Lierop gedoopt op 24-02-1672. De bruid was dus juist 20 jaar en de bruigom 27 of 28 jaar.
Het is zeer waarschijnlijk dat Jacob Jansen Verberne (ook wel eens Verbern of Verbarn genoemd) behoorde tot de groep handelaren die men “Teuten” noemt: kooplieden die uit de Peel (voornamelijk de Belgische) vroeg in het voorjaar, bepakt met hun mars naar het Noorden trokken, daar hun waren aan de man brachten en laat in het najaar weer naar hun woonsteden terugkeerden. Er zijn gevallen gevonden waarbij dergelijke lieden ergens een winkel hadden in de zomer, b.v. te Alkmaar en ook lieden die zich blijvend ergens vestigden. Dit laatste moet ook het geval zijn geweest met Jacob Jansen Verberne. De archivaris Dr. M. Bussles (Hasselt B) heeft over de Teuten en hun handel geschreven in “Het Oude Land in Loon” Jaargang XII.


Tussenvoegsel:

Joost Michielsz Verberne


[3.]
Terugkerend naar Jacob Jansen Verberne: het eerste teken van zijn aanwezigheid op Texel wordt gevonden op 13-11-1702, toen Jacob’s dochter Geertruy werd gedoopt (de naam werd als Verberne geschreven); zoals reeds werd vermeld was Joost Michielsz Verberne een der getuigen; de ouders woonden in Den Burg. Bij verdere onderzoekingen is gebleken dat Geertruy het derde kind was van het echtpaar Verberne – Verhees.
Er was reeds een Jan (Jacobs) Verberne, geboren in 1695 of 1696: in een akte van 30-03-1735 wordt hij nl 39 jaar oud genoemd; plaats geboorte is onbekend. Het andere kind was een Jannetje (Jacobs); ook van haar zijn doopdatum noch plaats van geboorte gevonden. Wie de oudste van beide spruiten was, is dus niet bekend.

Het echtpaar Jacob Jansen Verberne – Verhees kreeg 6 kinderen:

  1. Jan Jacobsz
    • {ged 1695/96 te ??
    • {† 27-01-1767 te Den Burg
  2. Jannetje
    • {ged ?? te ??
    • {† ?? te Amersfoort (verm)
  3. Geertruy
    • {ged 13-11-1702 te Den Burg
    • {† ?? te Amersfoort (verm)
  4. Gillis (Jelis of Jellis)
    • {ged 31-03-1705 te Den Burg
    • {† 01-06-1773 te Den Burg
  5. Andries
    • {ged 31-03-1708 te Den Burg
    • {† ?? te Amersfoort (verm)
  6. Pieter
    • {ged 31-07-1708 te Den Burg
    • {† tussen 10-02 en 06-05-1751 te Den Burg

Gillis en Andries waren tweelingbroers (red.) De laatste drie zonen werden op 31-03 gedoopt.
De tak van Jan stierf in 1820 in de mannelijke linie uit.
Er zijn in het Rijksarchief te Haarlem enige acten gevonden waaruit ten opzichte van Jacob Jansen Verberne het een en ander valt af te leiden. Dat hij marskramer was volgt uit een notariële akte waarin staat dat hij “aent Schilt zijnde ….. met zijn mars” enz. In een andere akte staat dat hij “koopman in lakens” was, dit werd doorgehaald en vervangen door “winkelier”. In nog een andere gaf hij volmacht aan een handelaar in glas. Hieruit valt af te leiden dat hij marskramer was, winkelier en o.a. in glas en lakens handelde.
Op 23 oktober 1709 taxeerde hij op verzoek met een collega de inboedel van de weduwe Sara Barmentlo (een gegoede familie op Texel), die uit haar eerste huwelijk kinderen had en hertrouwen wilde. Beide taxateurs kwamen tot een bedrag van f 2497,= en 6 stuivers (zonder de juwelen die in Amsterdam getaxeerd moesten worden); een fiks bedrag voor die tijd! De taxatielijst is bewaard gebleven en is interessant om door te lezen, wat betreft de inrichting van een voornaam huis.

Op 25 april 1710 blijft Jacob Jansen borg voor de (eventuele) weduwe en kinderen van iemand die Texel verlaten had (“dat het Eijland Texel geen belastinge zal hebben van weduw of kinderen”).
Op 5 juni 1710 ondertekent hij een notarië akte waarin hij verklaart getuige te zijn geweest van een gesprek, waarbij een bepaalde persoon aan een derde last gaf een zilveren lamp uit een kerk te halen. Het lijkt steller dezes niet onmogleijkdat het R.K. kerkbestuur achterstallig was met de betaling van de jaarlijkse som van f 400,= aan de baljuw voor de beperkte godsdienstvrijheid. Dit bedrag was tijdens het pastoraat van de eerste pastoor op Texel na de reformatie (van der Mijs 1623-1633) vastgesteld en is lang gebleven op dit bedrag ofschoon het kerkbestuur er meer dan eens aan “getrokken” heeft. In 1644 werden alle gelden en goederen van de “Statie” in beslag genomen (altaarbenodigdheden al voor f 2000,=) en in 1648 werd op last van Hof van Holland “de Papenkerk en al het silverwerck” geconfisceerd (van der Vlis, blz 106 – zelfde zaak?). Misschien heeft men in 1710 getracht uit vrees voor confiscatie de bewuste lamp te laten onderduiken ? .


[4.]
Op 18 mei 1713; Schepenvonnis: “Jacob Verbern” eist 9 gulden van iemand wegens geleverde waren; uitspraak: de schuldenaar moet f 6,= en 10 stuiver betalen plus de kosten van het geding.
De overlijdensdatum van Jacob Jansen Verberne is niet gevonden maar kon wel enigszins benaderd worden: bovengenoemde eis van 18 mei 1713 diende hij zelf in. Op 21 juni 1714 doet de zoon van Jacob dit. In een latere akte wordt syn vrouw weduwe genoemd. Hij zal dus tussen 18 mei 1713 en 21 juni 1714 overleden zijn, ongeveer 50 jaar oud.

De zes kinderen van Jacob Jansen Verberne zijn alle volwassen geworden hetgeen een uitzondering mag heten voor die tijd van grote kindersterfte. Hierbij zij aangetekend dat we volslagen onwetend zijn over de eerste tien huwelijksjaren.
De weduwe (ca 42 jaar oud) bleef met haar 6 minderjarige kinderen van ongeveer 5 tot 18 jaar zitten; misschien heeft ze de winkel aangehouden en kon(den)de oudste(n) al wat verdienen. Bovendien was Jacob Jansen, zoals we later zullen zien zeer gegoed geweest, zodat er van armoede zeker geen sprake zal zijn geweest. Van voogden over de kinderen is niet meer bekend dan dat in 1727 Hendrik Cornelis Dekker en Jan Isbrandsz de Boer voogden waren over de tweeling

In juli 1722 geeft de weduwe van Jacob Jansen Verberne uitgebreid volmacht aan haar oudste meerderjarige zoon Jan, om namens haar alle rechtshandelingen te verrichten (zij tekent met een kruisje, kon blijkbaar niet schrijven). Het is zeer waarschijnlijk dat zij deze volmacht gaf i.v.m. haar vertrek naar Amersfoort. Er is een akte gevonden van 6 juli 1723 waarin sprake is van een huis in de Warmoesstraat in Den Burg “belend de weduwe Jacob Verberne”, maar dat behoeft niet te betekenen dat zij daar toen woonde : de belendingen werden genoemd naar de eigenaar van het perceel. Misschien is het een aanwijzing dat Jacob Jansen Verberne in de Warmoesstraat heeft gewoond. In ieder geval is zijn weduwe naar Amersfoort verhuisd met Jannetje, Geertruy op en Andries. Jannetje trouwde op 13 mei 1726 met een Johannes van Raelt, Geertruy op 26 juni 1731 met Abraham van Struyvenberg en Andries op 4 september 1731 met Agnes van ‘t Geyn, alle drie in Amersfoort.
Omstreeks de tijd van beide laatst genoemde huwelijken overleed Maritie Verhees: op 28 november 1731 werd door de op Texel achtergebleven zonen en hun vrouwen de oudste broer nl. Jan Jacobs Verberne gemachtigd om hun belangen als testamentaire erfgenaam van “wijlen Maritie van wed Jan van Dijck, overleden in de respectieve stad Aamsfoort” te behartigen. Misschien is Maritie met een Jan van Dijck hertrouwd (haar moeder heette ook Van Dijk; er is geen onderzoek naar ingesteld. Toen ze naar Amersfoort verhuisde was ze ca 50 jaar oud en bemiddeld; ze had dus nog best kunnen hertouwen. Dat zij in 1722/’23 haar gezin splitste in drie kinderen op Texel achterliet moet toch wel een gewichtige reden hebben gehad, b.v. een tweede huwelijk! Maritie Verhees is 59 jaar geworden.
Jacob Jansen Verberne is een vermogend man geweest; dit kan geconcludeerd worden uit het volgende: toen Geertruy op 26 juni 1731 trouwde met Abraham van Struyvenberg geschiedde dit op huwelijksvoorwaarden, waarvan de acte bewaard is gebleven. Hij was veerschipper op Amsterdam en zijn inbreng van ‘t veer met toebehoren werd geschat op f 2000,=. Het bedrag echter dat de bruid inbracht werd geraamd op f 7000,= Het echtpaar Jacob Verberne – Verhees had 6 kinderen; dus was vader jacob minstens f 42.000,= rijk! Een groot bedrag voor die tijd.


flag_en

janjacobs

The document describes the details of the sale by Jan Jacobs Verberne, on behalf of his parents, of real-estate in North-Brabant due to their relocation to Texel.

Jacob Jansen Verberne moved to Texel around 1700. His son Jan Jacobs sold pieces of land in Noord-Brabant and real-estate on behalf of his parents on July 22, 1722 on Texel. This document was signed on August 10, 1722 in Lierop, Noord-Brabant.

 

Jan Jacobs (baptised 1695/96, † 27-01-1767 Den Burg)

Below the original 1722 text: | Hieronder volgt de letterlijke tekst uit 1722:

Compareerde voor ons, onderges(chreven) schepenen, Jan Jacobs V(er)berne, wonende op het eylant Texel, al welken comparant v(er)claert te cedeeren, transporteren en(de) eerffbaer te eeren een eerffve, geleegen in ‘t Heesven binnen Lirop, Aen Joseph Custers, tegenwordigh bewont bij Jan Peters van Helmont, en(de) dat voor de helfft bestaedt in huys, hoff, schuer en(de) aengelagh, des comparants moeder met de kinderen competeerende, groot ontrent in groes en lant de veertien lop(ensaet). Nochthans soo groot en kleyn als den voors(chreven) Jan Peters in labeuringe is hebbende. 
Hier-uyt gaende twe stuy(vers) chijns jaerl(ijcks) aen de domijnen van Brabant. Item aen den heere Martinus de Tombe jaerl(ijcks) vijf stuy(vers) voor de helft. Alnogh aen den selven jaerl(ijcks) dri stuy(vers), twalff pen(ningen) voor de helft. Item alnogh eenen acker, groot ontrent een lop(en)s(ae)t, voor de helft. Hier-uyt te v(er)gelden jaerl(ijcks) eenen halven stuy(ver) voor de helft, gelegen met d’een seyde neffen d’eerffve Jan Huybers van den Boomen, met d’ander sijde Jan Peeters van Eyck; met d’een eynde den Renloop, d’ander eynde de gemeene straat. Item alnogh een hoybeemt, geleegen op de buytenbeemde, groot ontrent den vijff lop(ensaet), neffens d’een sijde de hoeve de Bennendonck, d’ander sijde Francis op Brouhuys; d’een eynde het gemeene lant, d’ander ende streckende op de aude Aa. Hieruyt te v(er)gelden jaerl(ijks) eenen stuy(ver) en dri ort chijns voor de helfft aen den heere van Helmont. Verders losen(de) vrij, uytgenomen doorpslasten en(de) v(er)pond(ing). Met alle gereghtigheden van weegen, stegen, waterlaten, houtwassen daer door- en(de) overgaende. Wijders v(er)claert den voors(chreven) comparant dit cedeeren, transporteren, alsmede uyt hoeffde van seekere procuratie, op Texel gepasseert de dato den tweëntwentighsten july 1722, voor schepenen alhier v(er)tont en(de) gebleken, gepasseert op het eylant Texel van den voors(chreven) comparants moeder, met name Maria, wed(uwe) Jacop Jansen V(er)berne, altijt te sullen houden voor goet, vast, stedigh en(de) van warden onder v(er)bant van sijn persoen en(de) goederen, hebbende en(de) vercrijgende.
Coram schepenen geteykent. Actum Lirop, den thinden augusti seventhienhondert tweëntwentigh. 
Dit merck stelt Jan van Dijck.

(w.g.) Jan van Eyck.
(w.g.) Jan van den Boomen, abs(en)t(e) se(cre)tario.

Den coop is 250-0-0.
Den 40en pen(ning)
betalt met
Lasten in ‘t cap(i)t(ael)
Den coop is
Lasten in ‘t capitael

6-18-0
0-12-0
250-0-0
13-2-8
263-2-8

Waervan den 40en pen(ning) betaelt is met
De tiende (penning?) met

6-11-8
0-13-2
7-4-10

Although this document shows Jan Jacobs Verberne sold his parents real-estate, it also proves the fact that Maria is his mother. Could Maria be Maritie Jans Verhees? And if so, than Jan Jacobs Verberne would be Jacob Jansz Verberne’s (#1 TGII) son.

Leave a Reply