Willem Jans Verberne

De vierde zoon van Jan Pieters Verberne werd geboren te Oude Schild en gedoopt te Den Burg op 22-01-1773. Van deze roodharige Willem Jansz Verberne wordt na de doopinschrijving voor het eerst in de documenten gewag gemaakt toen hij op 03-02-1802 (impostenboek van de gemeente) in ondertrouw ging en in het trouwboek en in het trouwboek van Den Burg op 19-02-1802 bij zijn kerkelijk huwelijk met de Texelse Antje Teunis Smit en Trijntje Pieters Smit, beide van Texelse families. Van deze kapitein Smit is een vrachtbrief bewaard gebleven (datum: 16-07-1779) waarbij op zich neemt om met zijn schip “de Vrouwen Barbara en Hendrina” 400 pijpen (grote vaten) wijn te vervoeren van Barcelona naar Amsterdam. (ook te laden op enkele plaatsen tussen Barcelona en Salou – ten Z.W. van Tarragona).
Uit dit huwelijk werden niet minder dan 11 kinderen geboren, waarvan er maar 5 volwassen werden. [14.]

Johanna [Erratum: Johannes, red.]
{ged 02-02-1803 Den Burg
{† jong Den Burg [Erratum: overl 18-07-1803, red.]
Jan
{ged 25-04-1804 Den Burg
{† in 1855 Golf van Bengalen
Theunis
{ged 01-06-1805 Den Burg
{† 10-05-1810 id [Erratum: 18-08-1805, red.]
Maria
{ged 29-07-1806 id
{† 18-08-1806 id [Erratum: 10-05-1810, red.]
Pieter
{ged 09-10-1807 id
{† 01-08-1881 id
Trijntje
{ged 25-03-1810 id
{† 21-02-1881 Den Helder
Antony
{ged 23-10-1812 Den Burg
{† 25-01-1813 id
tweeling
Martje
{ged 19-06-1814 id
{† 25-07-1814 id
Antony
{ged 19-06-1814 id
{† 28-06-1814 id

Martje
{ged 14-11-1815 id
{† 18-03-1900 Amsterdam
Klaasje
{ged 27-02-1819 Den Burg
{† 23-11-1889 Schagerbrug

Het is wel zeker dat Willem Jans Verberne tot zeeman werd opgeleid, maar er zijn ook andere beroepen van hem gevonden: in 1804 levert hij blijkens een in het parochieel archief van Den Burg gevonden notitie boeken aan het Kerkbestuur; de nota betreft ook “onkosten aan boeken” (inbinden?). In 1806 staat hij in het register van Patenten a.d. Burg ingeschreven als handelende in coffij, thee, tabak, kruidenierswaren en tapper. In 1807 en 1808 betaalt het R.K.Kerkbestuur hem ook bedragen uit zonder omschrijving waarvoor (boeken, arbeidsloon ?).
In 1811, 1812, 1814, 1815 en 1818 noemt hij zich afwisselend zeeman, schipper of kaagschipper. In 1819 zegt hij zonder beroep te zijn, in 1820 was zijn beroep echter weer zeeman; in het jaar 1831 wordt hij voor het eerst onderwijzer genoemd. Ook in 1842 was hij onderwijzer.
Het is wel aan te nemen dat zijn hoofdvak zeeman was; de familieoverlevering zegt dat hij op Texel de bijnaam “Willem Lamoen” had omdat hij citroenen uit Griekenland of de Levant haalde. Dat hij in de eerste jaren van de 19e eeuw oa winkelier was kan zijn oorzaak vinden in de troebele tijden toen de zeevaart pijnlijk kwijnde. In zijn laatste jaren was hij in ieder geval onderwijzer; zijn school stond in het gehucht “Oost”, 2 á 3 km ten oosten van Oosterend, aan de Zeedijk. Volgens v.d. Vlis (pag 212) waren de “buren in 1806 eigenaar van de school”; zou dit in de jaren ’40 ook nog het geval zijn geweest ?
Onbetwistbaar is het feit dat hij zeevaartlessen gaf; dit blijkt uit het rapport van een “inspecteur” Wijnbeek uit Den Haag dat bewaard is gebleven. In 1839 bezocht hij alle scholen van Texel en in zijn rapport schrijft hij over Oost: “in Oost gaf een gewezen zeeman van ruim 60 jaren, W.Verberne” (deze was toen 66 jaar oud) “….. onderricht; in een klein en laag lokaaltje leerde hij 50 kinderen spellen, zangerig lezen, een weinig rekenen, goed schrijven, schreeuwend zingen en ook de beginselen van de zeevaartkunst. Dit gehucht is evenals het inkomen van de onderwijzer (zie v.d.Vlis bladz 236) zeer “[15.]”gering”.

Ook heeft hij volgens de familieoverlevering aan volwassenen zeevaartlessen gegeven, waarvoor sommigen van deze leerlingen zich volgens dezelfde overlevering veel moeite moesten getroosten om naar “Oost” te komen.
De jaarlijkse algemene vergadering van het R.K.Kerkbestuur te Den Burg (zie vroeger) bezocht hij blijkens zijn handtekeningen in 1809, 1811 t/m 1816; daarna 12 jaren niet maar wel weer in 1830, 1831 en op 16-021834. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat hij op 16-02-1834 nog in Den Burg woonde; in 1831 evenwel noemt hij zich onderwijzer – was hij dit dan in Den Burg ?
Van zijn leven is verder weinig bekend. In de familieoverlevering heeft hij weinig sporen nagelaten.
Hij overleed op 13 december 1845 in het gehucht Oost; drie van de vijf in leven gebleven kinderen waren getrouwd. De twee jongste (dochters) waren nog ongehuwd.
De jongste van de beide zonen (Pieter Willems Verberne) heeft een aantekening nagelaten omtrent dit overlijden; deze luidt als volgt:
“1845. Den 13e December Zaturdagmorgen ten 9 ure te Oost is overleden vader Willem Verberne tengevolge van het water in de borst. Deze kwaal had zich reeds vroeg doen kennen door vermoeijenis en korte ademhaling, waarop den 9-den September 1845 zoodanig door benaauwdheid, dat vader de laatste H.Sacramenten ontving; hij herstelde weder een weinig, is den 18Oct. aan Den Burg gekomen, heeft den 19 zijn Kerkgang gedaan, is den 20 op Zondag namiddag ten 3 ure uit het huis van Jan ” (dit is de oudste zoon, die in het huishoek Molenstraat/Zwaanstraat woonde) “van Den Burg naar Oost gegaan per rijtuig – heeft nog weder school gehouden tot den 23 November, is den 27 weder bediend en heeft benauwdheden uitgestaan. Den 22 Januari 1846 werd Vader 73 jaar.
R.I.P.
N.B. In deze beschrijving vergist Pieter Willems zich met de data: 18,19en 20 oktober vielen in 1845 op zaterdag, zondag en maandag. Hij zal wel bedoeld hebben: 17, 18 en 19 oktober.

Willem Jans Verberne werd op 17-12-1845 te Den Burg op het R.K.Kerkhof begraven; de inschrijving in het begrafenisregister luidt: “17-12-1845 Willem Verberne 2-de klas, eigen graf”.
Dat Willem Jans Verberne zich betrekkelijk vroeg (tussen z’n 47 en 58-ste jaar) uit de zeevaart heeft teruggetrokken heeft en een anderberoep koos, kán zijn oorzaak vinden in zijn lichamelijke gesteldheid. Schr. verwijst naar bovenstaande notitie van zijn zoon Pieter, waarin deze spreekt over “vermoeijenis en korte ademhaling, welke kwaal zich al vroeg had doen kennen”.
Er zijn geen gegevens bekend over zijn karakter, ook niet over zijn welgesteldheid die vermoedelijk in de laatste jaren wel niet groot zal zijn geweest, want hij had een behoorlijk vermogende vader; mogelijk heeft hij zijn beide zonen kunnen helpen om een behoorlijke positie te bereiken (de oudste zoon Jan werd stuurman/kapitein op de grote vaart).
Willem’s weduwe, Antje Teunis Smit overleefde haar man slechts 4 jaar; zij overleed te Nieuwediep op 19-12-1849, ruim 71 jaren oud en werd op het kerkhof te Huisduinen begraven. Is zij naar de “overkant” gegaan omdat twee van haar drie dochters (Martje en Trijntje) daar woonden?

Leave a Reply