Scheepvaart

Kapiteins

In mijn onderzoek naar de geschiedenis van de Texelse tak van de familie Verberne kwam ik een aantal kapiteins tegen. Een deel van hun geschiedenis is op deze website, onder de kop “Geschiedenis“, uitgebreid beschreven door Harry Verberne in zijn publicatie zonder titel uit 1973. Deze verhalen zijn erg interessant om te lezen. Doordat dit directe familie is komt deze geschiedenis uit de tweede helft van de 18e eeuw wel erg dichtbij.

KapiteinGeborenPeriodeTypeNaam schip
Jacob Pieters Verberne1737onbekendonbekendCatharina
Jan (Pieters?) Verberne17391764fregatFortuin
Jacob Pieters Verberne17371773snauwVenetië
Jan (Trammelant) Pieters Verberne17391774-1778fregat‘t Fortuin
Jan (Pieters?) Verberne1739/1761?1781fregat?‘t Nieuwe Fortuin
Jacob Pieters Verberne17371788-1793fregatSt. Jacob
Pieter Verberne17691792fregatSt. Jacob
Pieter Verberne17691793-1795fregat‘t Fortuin
Pieter Verberne17691793-1799fregatFortuin
Willem (Lamoen) Jans Verberne17731811-1818kaagonbekend
Bij de meervoudig voorkomende namen betreft het een en dezelfde persoon. Mogelijk m.u.v. ‘t Nieuwe Fortuin..

Scheepstypen

Vanwege mijn belangstelling voor geschiedenis, familiehistorie en scheepsmodelbouw was het bestaan van deze kapiteins voor mij dan ook extra interessant. In de beschrijving van Harry Verberne worden een aantal scheepsnamen genoemd.

Het leek mij dan ook erg interessant om uit te vinden wat voor type schepen dit precies waren en wat zij zoal vervoerden. Ik nam hiervoor contact op met het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Al vrij vlot ontving ik de hiernaast en hieronder getoonde reactie.

Fregat
Snauw
Kaag
Tweede schip van links is een fregat genaamd ‘t Fortuyn

Ik wilde niet alleen weten op welk type schip deze Verberne’s voeren, maar ook wat voor vracht zij vervoerden. Zo ontdekte ik dat reizen naar de Levant, Venetië, Genua en Griekenland werden ondernomen om limoenen en pijpen (400 liter houten vaten) wijn in te slaan. In de Leidsche Courant van 1772 is de binnenkomst te lezen van kapitein Jan Verberne met zijn schip uit Livorno. Kapitein Willem (Lamoen) Verberne haalde citrusfruit uit de Levant en Griekenland.

Slavernij

Maar het bleef niet alleen bij goederen. Ook levende have werd vervoerd. Met name slaven. Het wordt wel eens vergeten dat de Nederlandse Gouden Eeuw het gevolg was van de handel niet alleen in specerijen, maar vooral ook slaven. In die tijd werden zo’n 12.000 slavenreizen ondernomen door de Nederlanders, Fransen, Spanjaarden, Britten en Portugezen. Letterlijk goud werd er verdiend aan het bloed, zweet en tranen van de slaven.

Aan deze zwarte bladzijde werkten ook Verberne’s mee. Zo veilde Kapitein  Jan Pietersz Verberne (1761-1845) in 1803 en 1804 slaven op Madagaskar. Zij brachten 338½ Spaanse mat op of wel ƒ888 en 11 stuivers. Omgerekend naar de huidige economische waarde betekent dit een opbrengst van ongeveer € 100.000,=! Het laat duidelijk zien hoe lucratief de slavenhandel was.
Vervolgens “vergat” Jan Pietersz de opbrengst af te dragen aan Hendrik Maartensz Dekker bij terugkomst in Nederland. Dekker was waarschijnlijk een van de investeerders van de reis. Een daad waarvoor hij dan ook werd veroordeeld door de Texelse schepenbank. Het is hierdoor goed te begrijpen dat Hendrik Maartensz Dekker hier een zaak van maakte. Het ging tenslotte om heel veel geld.

Snauw ‘Venetië” zoals gebruikt voor de slavernij.

Ik ontdekte dat een Snauw met name gebruikt werd voor de slavernij. Met deze kennis besloot ik om een model van een Snauwschip te bouwen zoals waar Jacob Pietersz Verberne het commando over had. Het model is nog in aanbouw met de zijkant aan stuurboord opengewerkt, waarbij de opeengepakte slaven zichtbaar zijn. Het grote schot midscheeps is om de slaven te scheiden van de bemanning bij een eventuele uitbraak. Op de kopse kant van het schot waren scherpe ijzeren spiesen bevestigd om enthousiaste klimmers te ontmoedigen.

Driehoekshandel

Nederlands en Engels slavenfort

De driehoekshandel was een simpele, maar effectieve manier om heel veel geld te verdienen. In Nederland werd het schip volgestouwd met producten die in het buitenland verkocht konden worden. Potten, kannen, kralen, spiegels en alles wat je maar kunt verzinnen wat in Afrika verkoopbaar was.

De lege ruimten in het schip werden gevuld met slaven die waren geroofd in het binnenland van Afrika en gevangen werden gehouden in de Nederlandse forten langs de Afrikaanse kust tot er weer een schip verscheen om ze op te halen. Als er te weinig slaven waren, dan zette de kapitein zelf een jachtpartij op touw van bemanningsleden naar het binnenland van Afrika om geschikte kandidaat slaven te vangen. Of te vertrekken naar andere forten om daar slaven op te halen. Zodra het schip gevuld was, dan vertrok het naar de Caraïben, Suriname en Amerika om ze daar te veilen. Tijdens de reis stierf tussen de 15 en 25%, op sommige reizen zelfs tot 40% van de slaven. Hun lijken werden tijdens de reis simpelweg overboord gegooid.

Eenmaal leeg werden de schepen gevuld met suiker en tabak van de plantages, waar de slaven zich aan doodwerkten en vertrok het schip weer naar Nederland. De enorme winsten die hiermee werden gemaakt zorgden voor de Gouden Eeuw in Nederland.

0 0 stemmen
Artikel waardering
Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Nieuwste
Oudste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties