In mijn onderzoek naar de geschiedenis van de Texelse tak van de familie Verberne kwam ik een aantal kapiteins tegen. Een deel van hun geschiedenis uit de tweede helft van de 18e eeuw is op deze website, onder de kop “Geschiedenis“, uitgebreid beschreven door Harry Verberne in zijn publicatie zonder titel uit 1973.
Bij de meervoudig voorkomende namen betreft het een en dezelfde persoon. Mogelijk m.u.v. ‘t Nieuwe Fortuin.
Scheepstypen
Vanwege mijn belangstelling voor geschiedenis, familiehistorie en modelscheepsbouw was het bestaan van deze kapiteins voor mij dan ook extra interessant. In de beschrijving van Harry Verberne worden een aantal scheepsnamen genoemd.
Het leek mij dan ook erg interessant om uit te vinden wat voor type schepen dit precies waren en wat zij zoal vervoerden. Ik nam hiervoor contact op met het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Al vrij vlot ontving ik de hiernaast en hieronder getoonde reactie.
Tweede schip van links is een fregat genaamd ‘t Fortuyn
Ik wilde niet alleen weten op welk type schip deze Verberne’s voeren, maar ook wat voor vracht zij vervoerden. Zo ontdekte ik dat reizen naar de Levant, Venetië, Genua en Griekenland werden ondernomen om limoenen en pijpenwijn (400 liter houten vaten) in te slaan. In de Leidsche Courant van 1772 is de binnenkomst te lezen van kapitein Jan Verberne met zijn schip uit Livorno. Kapitein Willem (Lamoen) Verberne haalde citrusfruit uit de Levant en Griekenland.
FregatSnauwKaag
Slavernij
Maar het bleef niet alleen bij goederen. Ook levende have werd vervoerd. Met name slaven. Het wordt wel eens vergeten dat de Nederlandse Gouden Eeuw het gevolg was van de handel niet alleen in specerijen, maar vooral ook slaven. In die tijd werden zo’n 12.000 slavenreizen ondernomen door de Nederlanders, Fransen, Spanjaarden, Britten en Portugezen. Letterlijk goud werd er verdiend aan het bloed, zweet en tranen van de slaven.
Aan deze zwarte bladzijde werkten ook Verberne’s mee. Zo veilde Kapitein Jan Pietersz Verberne (1761-1845) in 1803 en 1804 slaven op Madagaskar. Zij brachten 338½ Spaanse mat op of wel ƒ888 en 11 stuivers. Omgerekend naar de huidige economische waarde betekent dit een opbrengst van ongeveer € 100.000,=! Het laat duidelijk zien hoe lucratief de slavenhandel was. Vervolgens “vergat” Jan Pietersz de opbrengst af te dragen aan Hendrik Maartensz Dekker bij terugkomst in Nederland. Dekker was waarschijnlijk een van de investeerders van de reis. Een daad waarvoor hij dan ook werd veroordeeld door de Texelse schepenbank. Het is hierdoor goed te begrijpen dat Hendrik Maartensz Dekker hier een zaak van maakte. Het ging tenslotte om heel veel geld.
Snauw ‘Venetië” zoals gebruikt werd voor de slavernij.
Ik ontdekte dat een Snauw met name gebruikt werd voor de slavernij. Met deze kennis besloot ik om een model van een Snauwschip te bouwen zoals waar Jacob Pietersz Verberne het commando over had. Het model is nog in aanbouw met een aan stuurboord opengewerkte zijkant, waarbij de opeengepakte slaven zichtbaar gemaakt zijn. Het grote schot midscheeps is om de slaven te scheiden van de bemanning bij een eventuele uitbraak. Op de kopse kant van het schot waren scherpe ijzeren spiesen bevestigd om al te enthousiaste klimmers te ontmoedigen.
Driehoekshandel
Nederlands en Engels slavenfort
De driehoekshandel was een simpele, maar effectieve manier om heel veel geld te verdienen. In Nederland werd het schip volgestouwd met producten die in het buitenland verkocht konden worden. Potten, kannen, kralen, spiegels en alles wat je maar kunt verzinnen wat in Afrika verkoopbaar was.
De lege ruimten in het schip werden gevuld met slaven die waren ontvoerd in het binnenland van Afrika en gevangen werden gehouden in de Nederlandse forten langs de Afrikaanse kust tot er weer een schip verscheen om ze op te halen. Als er te weinig slaven waren, dan zette de kapitein zelf een jachtpartij op touw van bemanningsleden naar het binnenland van Afrika om geschikte kandidaat slaven te vangen. Of te vertrekken naar andere forten om daar slaven op te halen. Zodra het schip gevuld was, dan vertrok het naar de Caraïben, Suriname en Amerika om ze daar te veilen. Tijdens de reis stierf tussen de 15 en 25%, op sommige reizen zelfs tot 40% van de slaven. Hun lijken werden tijdens de reis simpelweg overboord gegooid.
Eenmaal leeg werden de schepen gevuld met suiker en tabak van de plantages, waar de slaven zich aan doodwerkten en vertrok het schip weer naar Nederland. De enorme winsten die hiermee werden gemaakt zorgden voor de Gouden Eeuw in Nederland.
De Nederlandse Familienamenbank van het Centraal Bureau voor de Genealogie in Den Haag biedt waardevolle informatie over achternamen. Naast de concrete aantallen die zijn gebaseerd op volkstellingen, geeft de databank ook inzicht in de geografische verspreiding van de families Verberne, Van Berne en Van Bern binnen Nederland. Met name de regio’s waar de hoogste concentraties voorkomen, zijn interessant. Deze spreiding zegt immers veel over de oorsprong en herkomst van de naamdragers.
Op de website van de Nederlandse Familienamenbank kan je met je muis de concrete aantallen per gemeente weergeven.
In 2009 ontving ik van mijn neef B. Verberne een fotokopie van een Uitgave van de Historische Vereniging Texel, nummer 18 uit 1991. De kwaliteit van de kopie was niet ideaal en gelukkig vond ik een digitale versie in het Regionaal Archief Alkmaar.
Wegens copyright kan ik slechts een paar citaten plaatsen.
De gehele uitgave is te lezen op de website van het Regionaal Archief Alkmaar. Er staan interessante en amusante beschrijvingen in met foto’s van de Texelse bevolking.
Blz.3:
Jacob Jansz Verberne
"De textielhandel was door rondtrekkende marskramers op Texel al sinds 1700 bekend. Deze eer komt toe aan Jacob Jansz. VERBERNE (1664 -1713/4). De Verbernes zijn afkomstig uit Brabant, wonende in de omgeving van Lierop. Samen met een ongehuwd familielid, Joost Michielsz. Verberne (1672-1739) die handelaar in dekens was en in 1704 een huis in de Binnenburg bezat doch daar nimmer heeft gewoond, deed Jacob Jansz. Verberne ook zaken in Schagen, Wieringen en Den Helder. In de laatstgenoemde plaats is Joost Verberne overleden. In 1702 had Jacob Jansen Verberne zich met zijn gezin op Texel gevestigd toen hun derde kind werd geboren. Uit enige akten is gebleken, dat hij " met z'n mars aan 't Schild was" koopman in laken, maar ook in glas , alsmede winkelier was. De zoon Jellis Jacobz. VERBERNE (1705 - 1773) trouwde op Texel, woonde in de Hogerstraat op nr. 251, en werd in 1742 "winkelier en verwer" genoemd terwijl in 1750 zijn beroep wordt omschreven als "verwer van klederen" en in 1770 was hij ook opkoper van vellen en ploosters (=huiden met wol ). Bij zijn overlijden bedroeg zijn vermogen fl. 42.000.--, doch zijn winstgevende bedrijf werd niet voortgezet door de kinderen, die boeren , zeelieden, kapiteins en molenaar zijn geweest."
Blz. 11:
Jan Verberne
"Jan VERBERNE (1847 - 1935) was een zoon van de onderwijzer met een particuliere school Pieter Willemsz. Verberne. Als "Jan van Mesieu" werd hij op Texel bekend. Hij doorliep de Ieertijd in het manufacturenvak bij Bramlage in Den Helder en probeerde een zaak in Alkmaar op te zetten, maar na een half jaar gaf hij dat op. In Januari 1876 opende hij zijn zaak in de woonkamer van zijn ouders op de hoek van de Molenstraat en de Zwaanstraat. Nauwgezet, eerlijk en hardwerkend werd Jan genoemd. Hij ging veel op pad met zijn handel. Een bed werd met de kruiwagen weggebracht naar Den Hoorn, terwijl toch voerlieden naar dat dorp reden. In 1891 kocht Jan Verberne voor fl. 1800.-- het huis van zijn moeder en bouwde een moderne winkel en magazijn. Dat jaar trouwde hij met Anna Simons Zijm. De bruiloft werd in het vroegere schoollokaal gevierd. In het gezin werden twee kinderen geboren, Pieter (1893 - 1969) en Agatha (1895 - 1981), die beiden in de zaak gingen werken. In 1941 werd de zaak verplaatst naar een nieuw gebouwd pand op de hoek van de Vismarkt en de Binnenburg, terwijl Agatha de bovenwoning betrok en Piet, toen gehuwd, in de Molenstraat bleef wonen. In 1956 besloten zij de winkel te verhuren aan Zegel, die daar hun textielhuis vestigden, zodat na 80 jaren de vertrouwde naam Verberne opnieuw uit deze branche verdween."
De winkel van Verberne op de hoek van de Zwaanstraat en de Molenstraat. Tot 1881 had P.W. Verberne hier de Franse School.
Blz. 12:
"De aard van Verberne bracht mee, dat ze de uitgaven tot een minimum beperkten. Zo werden alle binnengekomen verpakkingen hergebruikt en de knopen uit de touwtjes losgemaakt. Daaraan moet nog worden toegevoegd: Gauw nijdig. Eerste geval: Een goed verhaal kon Piet Witte (Piet Snot) zeker vertellen. Die ging als jochie eens om een pet naar Verberne en kreeg door deze de eerste keurig aangereikt. Deze paste niet, de tweede was niet de goeie kleur en na de derde wierp Verberne hem de petten stuk voor stuk vanachter de toonbank toe. Tweede geval: Verberne had een goeie eigen plaats in de kerk doch voor hem zat een oude man, die Jan Bakker heette en altijd "Haspel-pen van puntdreed" werd genoemd. Die naam had Bakker te danken aan het om zijn lichaam draaien van een stuk prikkeldraad, dat hij van een tuunwal moest halen. Het had veel inspanning gekost die draad weer te verwijderen. Bakker had steeds moeite om gedurende bepaalde delen van de mis te knielen en telkens als hij bleef zitten duwde Jan Verberne hem met zijn kerkboek hardhandig naar voren. Bakker nam revanche door het kerkboek uit zijn handen te slaan en Verberne was ziedend."
Het beeld over de oorsprong van de naam Verberne lijkt te zijn achterhaald. In de twee op deze website gepubliceerde bronnen uit 1973: “De eigennaam “Verberne” en het boek Texelse Geslachten II, wordt al decennia lang de oorsprong gezocht in het gehucht Bern nabij Heusden ten westen van ‘s-Hertogenbosch en/of de daarbij behorende Abdij van Berne.
Echter, geen van beide bronnen verklaart wat het verband of oorzaak is tussen de naam en de grote geografische afstand tussen het gehucht Bern en de concentratie van Verbernes en Van Bernes in de Peel. Dit zette mij aan het denken. Het valt namelijk niet met elkaar te rijmen.
Hoewel er wel degelijk een relatie bestaat tussen het gehucht Bern en de naam, betwijfel ik al jaren dat dit de werkelijke lokatie van de oorsprong is. Het bovenstaande beeld klopt namelijk niet met de feiten. De archieven tonen aan dat de meeste Verberne’s/Van Berne’s uit de 16e, 17e en 18e eeuw woonachtig waren in de regio Lierop, Asten, Someren, Stiphout, Helmond, Heeze in De Peel, 70 kilometerzuid-oostelijk gelegen. Er zijn veel archiefstukken bewaard gebleven die dit bevestigen zoals doopregisters, rouw- en trouwboeken en notariële stukken.
Als de oorsprong in de Bommelerwaard in het gehucht Bern zou liggen, dan lijkt het weinig aannemelijk dat de stamfamilie van de Van Berne’s, Verberne’s etc., in zijn geheel van Bern naar de Peel zou zijn gemigreerd, over een afstand van circa 70 kilometer, om daar pas zo’n 500-600 jaar later in de Napoleontische periode, bij de verplichte invoering van achternamen, in de burgerlijke en kerkelijke registers op te duiken. Het is veel aannemelijker om te veronderstellen dat de oorsprong in de Peel ligt zoals de kerkelijke en latere archieven ook bevestigen. Evenmin is het logisch om te veronderstellen dat, wanneer de oorsprong daadwerkelijk in het gehucht Bern zou liggen, daar vrijwelgeen geboortes of overlijdens zijn vastgelegd, terwijl dergelijke registraties wèl 70 kilometer zuidoostelijk in de Peel plaatsvonden.
Historische bron uit de XIIe eeuw
Frappant is dat er een veel oudere bron uit de twaalfde eeuw is over ridderFulco van Berne die het juist waarschijnlijker maakt dat de oorsprong in de Peel ligt èn tevens het geografische verschil verklaart. Nieuwe inzichten laten zien dat de relatie tussen het gehucht Bern en de naam anders is dan eerder verondersteld.
Ik heb mijn theorie over de afkomst getoetst en de vraag aan AI-orakel ChatGPT voorgelegd. Daar kwam wat mij betreft een veel plausibeler antwoord uit dan de beide hiervoor genoemde bronnen:
De kans dat de achternaam Verberne zijn oorsprong heeft in de streek Lierop – Asten – Someren, ten oosten van Eindhoven, is volgens taalkundig en genealogisch onderzoek een stuk groter dan dat hij uit Heusden (bij ’s-Hertogenbosch/Den Bosch) komt.
Hier zijn de belangrijkste aanwijzingen:
1️⃣ Verspreiding volgens familienamen-onderzoek
In de Nederlandse Familienamenbank van het Meertens Instituut (telling 2007), tegenwoordig vallend onder het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag, liggen de meeste vermeldingen van Verberne in Zuidoost-Brabant: Asten, Someren, Lierop, Deurne en Helmond.
In de streek rond Heusden (westelijk Noord-Brabant / Gelderland) komen nauwelijks dragers voor.
→ Dat suggereert een oorsprong in het oosten van Brabant, niet bij Heusden-vesting.
2️⃣ Vorm en betekenis
Verberne lijkt een zogeheten toponymische naam: afgeleid van een plek of veldnaam.
Het element berne hangt samen met Middelnederlands borne/berne (“bron, beek”).
“Ver-” kan verwijzen naar voor, vanaf, van der. → “(iemand) van/uit de bron(nen)”.
Zulke veld- of waternamen komen juist veel voor in het Peelland-gebied rond Lierop/Asten.
3️⃣ Historische bronnen
In 17e- en 18e-eeuwse doop- en trouwregisters van Asten, Someren, Lierop duikt de naam geregeld op.
In de registers van Heusden en de Langstraat is de naam in die periode vrijwel afwezig.
4️⃣ Migratiepatroon
Veel families uit Asten/Someren/Lierop trokken in de 19e–20e eeuw westwaarts (o.a. naar Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch). Daardoor vind je tegenwoordig ook Verberne’s buiten het oorspronkelijke kerngebied.
Conclusie
Op basis van verspreidingskaarten, etymologie en oude bronnen is het hoogst waarschijnlijk dat de naam Verberne is ontstaan in het Peelland-gebied rond Lierop, Asten en Someren, en niet in de omgeving van Heusden bij Den Bosch.
Ontdekking
Interessant is de “vondst” van het bestaan van Ridder Fulco van Berne. Wat hieraan bijzonder intrigeert, is het gegeven dat veel mensen in de Middeleeuwen geen vaste achternaam droegen, maar zich doorgaans identificeerden met een patroniem (zoon of dochter van …), een verwijzing naar hun herkomstregio of hun beroep. Uit de registratie van de oprichting van de Abdij van Berne in de twaalfde eeuw en de abdij vernoemd werd naar de oprichter, aantoont dat de naam Van Berne (en misschien zelfs Verberne) als toponymische (geografische) naam al in de vroege Middeleeuwen in gebruik was.
Dit concrete bewijs van het bestaan van de naam rond het jaar 1100, 500-600 jaar eerder dan de kerkelijke en burgerlijke registraties, is naar mijn idee een erg bijzondere constatering.
Heerlijkheid Bern
Het gehucht Bern en de door hem in 1134 gestichte abdij danken hun naam aan het feit dat Ridder Fulco van Berne eerder een landgoed (heerlijkheid) ontving, mogelijk in combinatie met zijn ridderslag of als dank voor zijn bewezen diensten, en daar vervolgens zijn naam aan verbond, de heerlijkheid Bern/Berne, waarvan Fulco de Heer werd. Op dit landgoed liet hij zijn kasteel bouwen dat hij in 1134 aan de kerk schonk.
Zo komt het dat het huidige gehucht Bern 70 kilometer noordwestelijk ligt ten opzichte van de bakermat van de naam Van Berne/Verberne.
Berne, gezicht vanaf Kasteel Nederhemert
Daarnaast is het zeer waarschijnlijk dat hij en zijn vrouw Bescela van Someren beiden afkomstig waren uit de Peel (regio Lierop, Asten, Someren). Deze waarschijnlijkheid wordt versterkt door Bescela’s achternaam en dat de namen Van Berne/Verberne veelvuldig voorkomen in de latere archieven uit deze regio en vrijwel geheel afwezig zijn in de regio Heusden.
Fulco van Berne leefde van ±1100 – 1149. In 1134 stichtte hij de Abdij van Berne en stelde zijn kasteel hiervoor ter beschikking. Het is aannemelijk om te veronderstellen dat hij tot ridder werd geslagen tussen zijn twintigste en dertigste levensjaar en de heerlijkheid in zijn bezit kwam. Het is niet waarschijnlijk dat het landgoed voorafgaand aan zijn ridderslag al in zijn bezit was en dat het al de naam Bern droeg.
Hierdoor kan gesteld worden dat het gehucht Bern stamt uit ±1120/1130 en voortkomt uit de Heerlijkheid Berne onder het bewind van de Heer van Berne: Ridder Fulco van Berne.
Een Heer had pachters en horigen op zijn landgoed die het land bewerkten en bijdroegen aan de instandhouding van de heerlijkheid.
Jan Pietersz Verberne was born in Den Burg in 1739 and baptized on March 16 of that year. His grandparents came from Peel in North Brabant around 1700. Grandfather was a peddler, cloth merchant and shopkeeper. He died around 1714 at the age of fifty, a wealthy man. He must have left more than 40,000 guilders to his wife and six young children. The widow moved to Amersfoort with three children. Three sons remained on Texel. Jan (1694-1767) became a farmer and lived in Weverstraat (at no. 80 as shown in the censuses of 1742 and 1750); Jelis (1705-1773) became a “dyer of clothes” as was mentioned in 1750. (So probably not a house painter as van der Vlis mentioned in ‘t Lant van Texel). Uncle Jelis was also a shopkeeper and lived in the Hogerstraat no. 251. Father Pieter (1708-1751) was called a dyer. He lived and worked in the Gasthuisstraat with house number 240, later 241, while his barn was number 231. Father Pieter married Pietertje Pieters Deij in 1731, who died in 1735 at the age of 26, leaving behind a daughter, who also died young.
De term Kneppelbuurt (ook wel: Knippelbuurt) is een oude benaming voor wat tegenwoordig bekendstaat als de Schoolstraat, vlak voor de kerk in Den Burg. Dit blijkt uit een reisverslag waarin staat: “De Schoolstraat werd vroeger de Kneppelbuurt genoemd omdat daar, in de tijd van de kermis, het koekknuppelen plaatsvond.” Source: JTravel
Dat betekent dat de oude Kneppelbuurt gelijkstaat aan de Schoolstraat, gelegen direct vóór de (voormalige) school en kerk in het centrum van Den Burg.
Jan Pietersz also became captain. He sailed as owner on the frigate ship “Het Fortuyn”, which was built in 1772. It was 86 feet long, 26½ feet wide and on board were six guns placed. In 1789 probably the last trip of Jan Pietersz. He made another trip to the Mediterranean (destinations Naples and Venice). He was 50 years old and had his son Pieter (1769-1858) as helmsman, the boatswain was Jacob Smit, Pieter Ottens sailed as a carpenter and the sailors were Gerrit Dijker and Simon Graaf. His nickname is reminiscent of noise, noise, arguments and trouble, while making waves sounds the most innocent. Jan Trammelant has had many difficulties in his 75 year life. He did not avoid it and his material prosperity did not suffer as a result.
In 1736 he remarried Antje Simons Ran, the second daughter of a barge skipper son from this marriage. When Jan was twelve years old his father died and when he turned fourteen his mother also had two guardians, his uncle Jelis and one older cousin Dirk Cornelisz Zijm (1715-1769). Like his older ones Jan’s brother Jacob then became a sailor. Jacob, who eventually became captain of the ship Catharina, remained at sea between 1790 and 1795.
Being a captain in foreign ports and driving a ship in the French period was far from easy. At the age of 25 he married (24-7-1764, tax 12,-) a 17-year-old girl Martje Burger (1747) and the family went to live in Oudeschild, where they bought a house in 1773 for 760 guilders. Four children were born in his family 1789 the successor as captain of the frigate, which was probably sold in 1795 due to malaise in the seafaring industry. Pieter then went to live in Amsterdam.
Second son Cornelis (1770-1827) was a Jack of all trades as well. He later became a wholesaler of spirits and wines, but was also a farmer. Third son was Willem (1773-1827) and he was versatile. Sailor, barge skipper, trader in coffee, tea, tobacco and groceries, but also tapper. In 1831 he became a teacher at Oost, where he also gave nautical lessons. He bore the nickname “Willem Limoen”. He probably owed this to getting lemons from the Levant or Greece. He passed on his education to his son Pieter (1807-1881), who ran the best private school in Texel had, first in the Weverstraat and later in the Zwaanstraat, which was called the Franse Pad in 1853, because French was his strongest side. It is therefore not surprising that he was called Meseu. In 1775 the youngest son Simon was born. In 1790, Jan Trammelant bought from his brother-in-law Jan Cornelis Burger, who had reached financial ruin, a new octagonal flour and peeling mill with yard, a few peeling stones and a few flour stones, west of Den Burg for 4,500 guilders. . The mill was located at the Beatrixlaan corner of Keesomlaan and was named Zeemanslust. (Demolished after 1907, when a great-grandson sold land, buildings and yard of 11. are 50 c. a for 790 guilders). In the meantime he had bought a house and a barn from his brother in the Gasthuistraat, probably the house where he was born. The family moved from Oudeschild to Den Burg and it was not until 1793 that the house in Oudeschild was sold.
In 1791 Martje Cornelis Burger passed away when she was 34 years old. She’s probably buried in the grave purchased that year in the Dutch Reformed Church in Den Burg, number 108. On January 20, 1792, he remarried out of community of property with Martje Jans Smit, 39 years old, already twice widowed, but she had no children. Jan Trammelant had also gradually become a large landowner because between 1773 and 1802 he bought more than 108 hectares of land with at least two farms. To this he also owed his position as Head Inland of the 28 combined polders. He remained on the polder board until 1812 and then resigned at the age of 37. The turbulent times of the Princes and
Patriots were experienced and experienced by him and his sons from a distance. The only position Jan accepted was that of an elected member of a committee tasked with drawing up lists of officials who had been guilty of plunder, oppression or other crimes. That had to be sorted out in 1795. From this it can be seen that he and his sons were cautious patriots.
In 1793 the family was involved in a street riot on Sinterklaas evening, where the fancy dress party was still held on December 5, but this was prohibited at the time. Son Simon had disguised himself in a sheepskin (or something else of equal roughness), a high hat on his head and a stick in his hand when he was arrested by a bailiff in the Hogerstraat (but not recognised). When the second police officer and a large crowd had arrived, a fight ensued during which son Cornelis kicked one of the officers so hard in the shin that blood ran. The officers fled and disappeared into the house of one of the two, Adam Kalf in the Hogerstraat. A little later father Jan Pietersz and son Cornelis entered that house to ask why the officers had hit Cornelis. After the bailiff showed his injured leg, the Verbernes disappeared without further comment. On January 16, 1794, Cornelis was interrogated and the sheriff demanded imprisonment, but this was rejected by the aldermen. On June 26, 1794 the case came up again and the sheriff demanded 25 years of banishment from the island of Texel for providing assistance to a disguised person who was able to escape.
The aldermen’s verdict was €25, a fine, against which Cornelis appealed and the further course of action is unknown. In 1800 Cornelis stood before the court again, but now as a witness and victim of Gerrit Simonsz Boon van Den Hoorn. Boon had drunkenly entered the Warmoesstraat house, now number 2. Cornelis, who was now married, had a liquor wholesaler there. Boon thought he needed more drink, but with the help of brother Willem and the law, Cornelis managed to overpower Boon. He was immediately imprisoned and his final sentence was two weeks on bread and water. On June 28, 1810, Jan Pietersz became a widower again when
Martje Smit died. Her estate was described in detail. This included, among other things, a rented house with yard in the Knippelbuurt* in Den Burg. (Question: who knows where that was?) The gold earring was not missing, nor were 16 paintings, gold, silver and 30 skirts, 400 rods of land and a trap then had a sixteenth part in a pilot barge.
Jan Trammelant’s activities did not end yet. He could quietly leave the work in the mill to his son Simon, who also traded in grain. He had his home on the corner of Molenstraat and Keesomlaan. When Jan was still in Oudeschild, he had already interfered in church affairs.
In 1785 there was a push for the foundation of its own church and he was in favor of that. He did not experience the result because that church dates from 1829. In 1804 he was elected to the board of the Roman Catholic Church. Church. Three church wardens then had complete material management, not only of Den Burg, but also of the secondary churches in Den Hoorn, Oosterend, Oudeschild and (until 1811) in De Koog. Jan was President of the Church several times. A separate story can be written about the problems he experienced. 1814 was one of the most turbulent years in history, including that of Texel. It was therefore the last year of the life of Jan Trammelant, a wealthy and renowned man, who died quite suddenly on November 14 at the home of his son Cornelis. On November 19, 1814, grave number 108 in the Dutch Reformed Church was opened again and he was buried here.
C.J. Reij
Sources: Verberne family book.
Dijt Texel genera and Crime and Punishment. N.T.C. etc.
In genealogische software is er onduidelijkheid over wie de ouders en echtgenoten zijn van drie dames. Hun namen zijn vrijwel identiek en in de archieven worden ze regelmatig door elkaar heen gebruikt. Hierdoor is het onduidelijk wie nu de werkelijke kinderen van hen zijn. Zoek in de archieven naar wie nu werkelijk bij wie hoort en geef in een tabel weer en vermeld daarbij de bron. Het gaat om de volgende dames die naar alle waarschijnlijkheid zussen van elkaar zijn, maar ook dat staat niet helemaal vast. Maartje Cornelis Burger (1741), Martje Cornelis Burger (1747–1791), Marijtje Cornelis Burger (1751–1816). Baseer het antwoord uitsluitend op verifieerbare bronnen en archieven.
Het resultaat:
Gegeven naam
Geb./ovl. (zoals in bronnen)
Ouders (vastgelegd in archief/bronnen)
Echtgenoot / huwelijk
Bekende kinderen (toegewezen in bronnen)
Belangrijke bron(nen)
Maartje Cornelis Burger (1741)
±1741 (in sommige kwartierstaten vermeld)
Vermeld als dochter van Cornelis Pietersz (Crelis) Burger en Dieuwertje Jans Ran in lokale kwartierstaten / familienet-publicaties; ín de (samengestelde) Texel-registratieslijst. Bewijs direct in originele DTB/BS voor 1741 kon ik online niet aantreffen.
(geen betrouwbaar huwelijksbewijs gevonden in de online-indexen) — in de literatuur wordt zij genoemd als kind, maar er is geen eenduidig marriage-/BS-bewijs online gevonden dat haar als moeder van vaste kinderen plaatst.
Geen kinderen met zekerheid toe te wijzen in de online-archief-indexen die ik doorzocht.
Overzichts- / kwartierstaat-publicaties die DTB-indexen citeren (bv. Genealogie/Gomes / GenealogieOnline; verwijst naar Texel, rk dopen 1647–1812). (Genealogie Online, piscaer.nl)
Ouders in DTB-indexen / kwartierstaten: Cornelis Pietersz Burger & Dieuwertje Jans Ran.
Gehuwd met Jan (Pietersz) Verberne; ondertrouw 24-04-1764, huwelijk 24-07-1764 (Texel) — in lokale bronnentranscripties teruggevonden.
Bekend kind: Cornelis (Jansz) Verberne (gedoopt 13-05-1771 Texel) — dit kind wordt in bronnen expliciet als zoon van Jan Verberne en Martje (Cornelis) Burger genoemd.
Doop- / huwelijks- en persoonsindexen / kwartierstaten (pagina’s/overzichten in GenealogieOnline / Texelse geslachten; doop- en huwelijksvermeldingen in Texel-indexen). (Genealogie Online)
Cornelis Pietersz Burger & Dieuwertje Jans Ran — dit staat wél expliciet in de overlijdensopgave / BS-inschrijving (Noord-Hollands Archief / OpenArchieven registratie van overlijdensakte).
Gehuwd met Albert / Alberts Lourensz Veeger (trouwgegevens en ondertrouw in lokale transcripties; huwelijk circa 1771).
Overlijdensakte / burgerlijke inschrijving (Noord-Hollands Archief — via OpenArchieven) vermeldt ouders; aanvullend: lokale transcripties / Texelse Geslachten met huwelijk en kinderen. (openarchieven.nl, Genealogie Online)
Korte toelichting op de bronnen en bewijssterkte
Sterk bewijs: voor Marijtje (1751–1816) is er een civil registration / overlijdensvermelding (Noord-Hollands Archief / OpenArchieven) die als primaire bron expliciet vader en moeder noemt (Cornelis Burger en Dieuwertje Ran). Dat is een directe, verifieerbare archiefvermelding en geeft hoge zekerheid over haar ouders. openarchieven.nl
Redelijke/consistente bewijzen: voor Martje (1747–1791) bestaan in de online indexen en lokale genealogische publicaties duidelijke doop- en huwelijkvermeldingen (Texel DTB-index / Texelse Geslachten / transcripties) en de doop van een zoon Cornelis Verberne (1771) wordt expliciet als zoon van Jan Verberne en Martje (Cornelis Burger) genoemd. Deze gegevens komen consequent terug in meerdere (lokale) kwartierstaat-bronnen en indexen. Genealogie Online+1
Zwakker onderbouwd / onduidelijk: de vermelding van Maartje (geb. 1741) als zus in verschillende kwartierstaat-overzichten komt terug in compilaties (GenealogieOnline / Texelse compilaties). Ik kon echter geen eenduidige, direct geopenbaarde DTB-scan of burgerlijke bron online vinden die exact haar doop- of huwelijksakte toont (ten minste niet in de indexresultaten die publiek online staan). Daarom moet haar toewijzing aan de kinderen / huwelijken — in tegenstelling tot de twee andere zusters — als minder controleerbaar worden beschouwd totdat de originele DTB-scan (Texel, rk dopen 1647–1812 — Noord-Hollands Archief) is gecontroleerd. Genealogie Onlinepiscaer.nl
Extra ondersteunend materiaal
Diverse notariële akten en RAA-items rond familie Verberne (bv. notariële akte Jacob A. Verberne 28-04-1764) die de lokale familieverbanden bevestigen en helpen het netwerk rond Verberne te controleren (Regionaal Archief Alkmaar / OpenArchieven). Deze zijn nuttig als aanvullende bewijzen bij het controleren van huwelijken en erfenissen. openarchieven.nl
Conclusie
Op basis van de beschikbare online archiefindexen en transcripties lijkt het meest aannemelijk dat alle drie (zover als gedocumenteerd) worden vermeld als kinderen van Cornelis Pietersz Burger en Dieuwertje Jans Ran in de Texel-bronnen; voor Marijtje (1751) is dat met name sterk gedocumenteerd (overlijdensopgave). openarchieven.nlGenealogie Online
Martje (1747) is betrouwbaar gekoppeld aan Jan Verberne en hun zoon Cornelis (1771) in de bronnen. Genealogie Online
Maartje (1741) wordt in meerdere kwartierstaten genoemd als zus, maar ik kon geen primaire scan / akte vinden in de online indexen die onomstotelijk haar individuele doop/huwelijk bevestigt — daarom blijft deze naam minder zeker totdat de originele DTB-scan in het Noord-Hollands Archief (Texel doopboek) is gecontroleerd. Genealogie Onlinepiscaer.nl
NB. De gevonden resultaten van ChatGPT zijn niet 100% feilloos, maar geven een goede indicatie en moeten geverifieerd worden.
Niet alles wat terug te vinden in genealogie is correct. In principe zou alles eerst geverifieerd moeten worden alvorens het wordt toegevoegd. De juistheid van de gegevens van de kinderen van de stamvader Govert Verberne uit 1547 is slechts voor 25% aangetoond. Het is daarom belangrijk dat bronnen worden geraadpleegd en bronvermelding en afbeeldingen ervan worden toegevoegd.
Wat (mogelijk) klopt
De patroniemen “Govert(z)” zijn logisch → duiden op een vader Govert/Godefridus.
Tijdsperiode (1588–1595) past: Govert geb. ca. 1547 zou rond 1580–1600 volwassen kinderen kunnen krijgen.
Namen Johannes, Michiel, Hubertus, Judocus komen wél terug in de Helmond/Lierop regio in de 17e eeuw. Dus de voornamen zijn niet willekeurig gekozen.
Wat (nog) niet bewezen is
Er zijn geen doopboeken uit 1588–1595 voor Lierop/Helmond → de vermelde geboortedata zijn aannames, niet uit registers.
Directe koppeling: in de schepenbankakten wordt bijvoorbeeld een Joannes Goorts genoemd, maar nergens staat letterlijk: “zoon van Govert Verberne geb. 1547”.
De jaartallen (1588, 1590, 1595) lijken afgerond of verzonnen om het gezin compleet te maken. Zulke “ronde jaartallen” zie je vaak in FamilySearch maar komen niet uit primaire bronnen.
Er is geen bewijs dat Michiel Govertz (1588–1667) echt zo lang leefde of dat deze precieze overlijdensdatum correct is. Zulke details ontbreken in de Helmondse registers van vóór 1650.
Wat waarschijnlijk niet klopt
Dat alle vier deze zonen exact zo en met deze data vaststaan is onjuist.
Alleen Joannes Goorts Verberne is met zekerheid traceerbaar in schepenbankstukken. De anderen (Michiel, Hubertus, Judocus) zouden broers kunnen zijn, maar harde akten ontbreken nog.
Bij wijze van experiment heb ik ChatGPT gebruikt om een missing link, tussen twee op zichzelf staande takken van de Verberne stamboom, te vinden waar ik al decennia tegenaan liep. Niet helemaal 100% feilloos, maar na verificatie en correctie is het nu compleet. Heel blij mee. 💪😁
RHCe toegang 10225 (DTB Lierop, inv.nr. 64.1 e.v., doopboeken vanaf 1664) + Schepenbank Lierop (zelfde toegang, akten 1670–1700 waar Jacob Jansz voorkomt)
4
Willem Jacobs Verberne
actief ca. 1690–1710, zoon van Jacob Jansz
Schepenbank Lierop/Stiphout, transport- en erfakten (RHCe/BHIC, toegang 7329/7380, indices op naam beschikbaar; Willem Jacobs wordt daarin als partij genoemd)
5
Andreas Jan Willems Verberne (1704–1783) × Hendrina Godefridi van Beeck (1708–1760)
Rechtsklik op de afbeelding en kies openen in andere Tab/Venster
Jaren geleden kreeg ik een stamboom van een vermoedelijk ver familielid uit Australië. Deze stamboom is erg interessant omdat hij geen zichtbare link met onze Texelse tak leek te hebben. Tot ik drie zusters vond: Maartje , Marijtje en Martje Cornelis Burger, de vermoedelijke gemeenschappelijke voorouders van beide takken van de stamboom.
Maar er is nogal wat onduidelijkheid in de officiële registers. De namen werden nogal eens met elkaar verward en door elkaar gebruikt. Hierdoor is het moeilijk te achterhalen wie nu werkelijk met wie was getrouwd en welke kinderen bij wie hoorden, want in het ene document wordt Martje genoemd als echtgenote van Jan Pieters Verberne en in een ander document blijkt dat Maartje te zijn. Het is natuurlijk ook mogelijk dat Jan Pieters met beiden getrouwd is geweest. Ook worden niet alle geboortedata van de betrokkenen genoemd, waardoor niet is vast te stellen wie er precies wordt bedoeld.
In mijn tak is Martje op 24 juli 1764 getrouwd op Texel met Jan Pietersz Verberne (1739–1814). Terwijl zij in de andere tak in 1764 trouwde met Jan Pieters Verberne (1751-1826). Het is ook niet met zekerheid vast te stellen welke Martje/Maartje/Marijtje men precies bedoelt. Het is niet waarschijnlijk dat dit dezelfde man is, hoewel beide vaders een zoon hadden met dezelfde naam en geboortedatum(!): Simon Jansz Verberne (geboren 7 sep 1775 • Texel – Overleden 22 jul 1837 • Den Burg (Texel)). Het lijkt er op dat deze zoon mogelijk aan de verkeerde vader is gekoppeld. Maar welk van de twee dat dan is, is onduidelijk. En dat een van deze twee heren mogelijk aan de verkeerde vrouw is gekoppeld. Verder onderzoek zal dit moeten uitwijzen.
Texel Verberne afstamming
Inmiddels is wel duidelijk dat Martje Cornelis Burger twee zussen had met vrijwel identieke namen: Marijtje en Maartje Cornelis Burger. Het lijkt dus erg aannemelijk dat Maartje trouwde met de andere Jan Verberne, hoogstwaarschijnlijk is dit Jan Pieters Verberne (1751-1826). Maar het kan ook de andere Jan Pieters Verberne (1739-1814) geweest zijn. Hiervoor is meer onderzoek in de archieven noodzakelijk.
Overigens hebben de ouders van deze dames ook twee zoons gehad met exact dezelfde namen: Pieter Cornelisz Burger (1746) en (1753). Over verwarrend gesproken. 🙄
Zowel Martje als Marijtje hadden kinderen met dezelfde naam, wat onwaarschijnlijk lijkt: Cornelis Verberne (gedoopt 27 okt 1827) en Willem Verberne (gedoopt 13 dec 1845). En beiden met dezelfde geboortedata. Hoogst onwaarschijnlijk. Maar niettemin is het duidelijk dat er een vermenging van gegevens is ontstaan door de verwarrende naamgeving en huwelijken met een partner met dezelfde naam.
Simon Joosten Verberne afstamming
Er zijn dus drie zussen:
Maartje Cornelis Burger (1741-1791)
&
Jan (Pietersz?) Verberne (1739-1814?)
Martje Cornelis Burger (1747-1791)
&
Jan Pietersz Verberne
Marijtje Cornelis Burger (1751–1816)
& Jan Pietersz Verberne
& Albert Lourensz Veeger (1744-1828)
Maartje, Martje en Marijtje Cornelis Burger die alledrie getrouwd zijn met een Jan Verberne; Marijtje die twee keer trouwde, maar wie trouwde nou met wie? En wie zijn nu de werkelijke ouders van Cornelis en Willem? Het opmerkelijke hierbij is dat zelfs de officiële instanties de namen door elkaar haalden bij de registratie van officiële gebeurtenissen.
De historische gegevens zijn niet altijd duidelijk waartoe de kinderen van Martje/Maartje/Marijtje behoren. Hoogstwaarschijnlijk veroorzaakte dit onjuiste doublures. Dit maakt het nog moeilijker om voorlopige conclusies te trekken. Omdat ik echter officiële stukken heb gevonden van de drie zussen met dezelfde naam, kunnen we veilig concluderen dat deze dames de ontbrekende schakel zijn tussen beide takken van de Verberne-stamboom.
En zo zijn feitelijk hun ouders: vader Cornelis Pietersz Burger (1710-1783) en moeder Dieuwertje Jans Ran (1717-1780) de mensen die beide takken van de Verberne stamboom via hun dochters met elkaar verbinden.
Om dit op te helderen is verder onderzoek in officiële registers noodzakelijk.
Drie zussen met vrijwel identieke namen en echtgenoten met dezelfde naam. Martje en Maartje en ook Marijtje Cornelis Burger.
ChatGPT
In augustus 2025 heb ik het bovenstaande voorgelegd aan ChatGPT. Wellicht dat dat meer duidelijkheid geeft. De resultaten ervan zijn te vinden op de volgende pagina.