The History of a Dutch Family Name

Categorie: Onderzoek Pagina 1 van 3

Bakker

Members only

You must be registered to view this page. You can then log in.

Alleen voor leden

Om deze pagina te kunnen zien moet je geregistreerd zijn. Vervolgens kan je inloggen.

Contact opnemen

  • Via de chatknop rechts onderaan elke pagina van de website.
  • Via Facebook
  • Na inloggen kan je onderaan de pagina's reageren op de inhoud of een reactie sturen via de contact pagina.

Vlaming

Members only

You must be registered to view this page. You can then log in.

Alleen voor leden

Om deze pagina te kunnen zien moet je geregistreerd zijn. Vervolgens kan je inloggen.

Contact opnemen

  • Via de chatknop rechts onderaan elke pagina van de website.
  • Via Facebook
  • Na inloggen kan je onderaan de pagina's reageren op de inhoud of een reactie sturen via de contact pagina.

Zijm

Members only

You must be registered to view this page. You can then log in.

Alleen voor leden

Om deze pagina te kunnen zien moet je geregistreerd zijn. Vervolgens kan je inloggen.

Contact opnemen

  • Via de chatknop rechts onderaan elke pagina van de website.
  • Via Facebook
  • Na inloggen kan je onderaan de pagina's reageren op de inhoud of een reactie sturen via de contact pagina.

Archieven

Regionaal

Nationaal

Internationaal

Overig

Scheepvaart

Kapiteins

In mijn onderzoek naar de geschiedenis van de Texelse tak van de familie Verberne kwam ik een aantal kapiteins tegen. Een deel van hun geschiedenis uit de tweede helft van de 18e eeuw is op deze website, onder de kop “Geschiedenis“, uitgebreid beschreven door Harry Verberne in zijn publicatie zonder titel uit 1973.

KapiteinGeborenPeriodeTypeNaam schip
Jacob Pieters Verberne1737onbekendonbekendCatharina
Jan (Pieters?) Verberne17391764fregatFortuin
Jacob Pieters Verberne17371773snauwVenetië
Jan (Trammelant) Pieters Verberne17391774-1778fregat‘t Fortuin
Jan (Pieters?) Verberne1739/1761?1781fregat?‘t Nieuwe Fortuin
Jacob Pieters Verberne17371788-1793fregatSt. Jacob
Pieter Verberne17691792fregatSt. Jacob
Pieter Verberne17691793-1795fregat‘t Fortuin
Pieter Verberne17691793-1799fregatFortuin
Willem (Lamoen) Jans Verberne17731811-1818kaagonbekend
Bij de meervoudig voorkomende namen betreft het een en dezelfde persoon. Mogelijk m.u.v. ‘t Nieuwe Fortuin.

Scheepstypen

Vanwege mijn belangstelling voor geschiedenis, familiehistorie en modelscheepsbouw was het bestaan van deze kapiteins voor mij dan ook extra interessant. In de beschrijving van Harry Verberne worden een aantal scheepsnamen genoemd.

Het leek mij dan ook erg interessant om uit te vinden wat voor type schepen dit precies waren en wat zij zoal vervoerden. Ik nam hiervoor contact op met het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Al vrij vlot ontving ik de hiernaast en hieronder getoonde reactie.

Tweede schip van links is een fregat genaamd ‘t Fortuyn

Ik wilde niet alleen weten op welk type schip deze Verberne’s voeren, maar ook wat voor vracht zij vervoerden. Zo ontdekte ik dat reizen naar de Levant, Venetië, Genua en Griekenland werden ondernomen om limoenen en pijpen wijn (400 liter houten vaten) in te slaan. In de Leidsche Courant van 1772 is de binnenkomst te lezen van kapitein Jan Verberne met zijn schip uit Livorno. Kapitein Willem (Lamoen) Verberne haalde citrusfruit uit de Levant en Griekenland.

Fregat
Snauw
Kaag

Slavernij

Maar het bleef niet alleen bij goederen. Ook levende have werd vervoerd. Met name slaven. Het wordt wel eens vergeten dat de Nederlandse Gouden Eeuw het gevolg was van de handel niet alleen in specerijen, maar vooral ook slaven. In die tijd werden zo’n 12.000 slavenreizen ondernomen door de Nederlanders, Fransen, Spanjaarden, Britten en Portugezen. Letterlijk goud werd er verdiend aan het bloed, zweet en tranen van de slaven.

Aan deze zwarte bladzijde werkten ook Verberne’s mee. Zo veilde Kapitein  Jan Pietersz Verberne (1761-1845) in 1803 en 1804 slaven op Madagaskar. Zij brachten 338½ Spaanse mat op of wel ƒ888 en 11 stuivers. Omgerekend naar de huidige economische waarde betekent dit een opbrengst van ongeveer € 100.000,=! Het laat duidelijk zien hoe lucratief de slavenhandel was.
Vervolgens “vergat” Jan Pietersz de opbrengst af te dragen aan Hendrik Maartensz Dekker bij terugkomst in Nederland. Dekker was waarschijnlijk een van de investeerders van de reis. Een daad waarvoor hij dan ook werd veroordeeld door de Texelse schepenbank. Het is hierdoor goed te begrijpen dat Hendrik Maartensz Dekker hier een zaak van maakte. Het ging tenslotte om heel veel geld.

Snauw ‘Venetië” zoals gebruikt werd voor de slavernij.

Ik ontdekte dat een Snauw met name gebruikt werd voor de slavernij. Met deze kennis besloot ik om een model van een Snauwschip te bouwen zoals waar Jacob Pietersz Verberne het commando over had. Het model is nog in aanbouw met een aan stuurboord opengewerkte zijkant, waarbij de opeengepakte slaven zichtbaar gemaakt zijn. Het grote schot midscheeps is om de slaven te scheiden van de bemanning bij een eventuele uitbraak. Op de kopse kant van het schot waren scherpe ijzeren spiesen bevestigd om al te enthousiaste klimmers te ontmoedigen.

Driehoekshandel

Nederlands en Engels slavenfort

De driehoekshandel was een simpele, maar effectieve manier om heel veel geld te verdienen. In Nederland werd het schip volgestouwd met producten die in het buitenland verkocht konden worden. Potten, kannen, kralen, spiegels en alles wat je maar kunt verzinnen wat in Afrika verkoopbaar was.

De lege ruimten in het schip werden gevuld met slaven die waren ontvoerd in het binnenland van Afrika en gevangen werden gehouden in de Nederlandse forten langs de Afrikaanse kust tot er weer een schip verscheen om ze op te halen. Als er te weinig slaven waren, dan zette de kapitein zelf een jachtpartij op touw van bemanningsleden naar het binnenland van Afrika om geschikte kandidaat slaven te vangen. Of te vertrekken naar andere forten om daar slaven op te halen. Zodra het schip gevuld was, dan vertrok het naar de Caraïben, Suriname en Amerika om ze daar te veilen. Tijdens de reis stierf tussen de 15 en 25%, op sommige reizen zelfs tot 40% van de slaven. Hun lijken werden tijdens de reis simpelweg overboord gegooid.

Eenmaal leeg werden de schepen gevuld met suiker en tabak van de plantages, waar de slaven zich aan doodwerkten en vertrok het schip weer naar Nederland. De enorme winsten die hiermee werden gemaakt zorgden voor de Gouden Eeuw in Nederland.

Verbastering van namen

De naam Verberne roept nogal wat spraakverwarring op. Ik denk dat de naamdragers dit wel zullen herkennen. Het zal niet anders zijn voor mensen met varianten van de naam. Je komt werkelijk van alles tegen.
Verbastering van namen was niet ongewoon in het verleden en varianten als Van Berne, Van Bern, Van Barne, Van Benne, Van Bernen, Verberen, Ver Bern, Bern, Beern, Verberne of Verbernen, kwamen geregeld voor binnen dezelfde families. 

In de archieven is het niet anders. Alle hierboven genoemde varianten komen voor. Niet iedereen kon lezen en schrijven en het was meestal de schout/schepen of schrijver/ambtenaar die de schrijfwijze van de naam bepaalde waarmee de betreffende persoon en diens nazaten de geschiedenis in gingen. Dus een verbastering is niet onlogisch en al snel gemaakt.

Volkstelling

Van een paar varianten heb ik op de pagina Volkstelling inzichtelijk gemaakt hoe deze over het land zijn verspreid. Interessant is het om te zien hoe relatief weinig mensen deze naam hebben.

Het is dan ook redelijk veilig om te veronderstellen dat de namen Van Berne, Verberne, Verbernen, etc., een gezamenlijke oorsprong hebben en slechts varianten zijn van een en dezelfde naam. De vraag blijft, welke variant is het origineel en dus het oudst? We zullen het waarschijnlijk nooit weten. Zelf vermoed ik dat de naam Van Berne de oorspronkelijke naam is.
Feit is dat de verwijzing/naam Van Berne begin twaalfde eeuw al in gebruik was en wellicht zelfs eerder.

Tot op de dag van vandaag levert de naam spraakverwarring op. En dat zal altijd wel zo blijven. 😀

Volkstelling

De Nederlandse Familienamenbank van het Centraal Bureau voor de Genealogie in Den Haag biedt waardevolle informatie over achternamen.
Naast de concrete aantallen die zijn gebaseerd op volkstellingen, geeft de databank ook inzicht in de geografische verspreiding van de families VerberneVan Berne en Van Bern binnen Nederland. Met name de regio’s waar de hoogste concentraties voorkomen, zijn interessant. Deze spreiding zegt immers veel over de oorsprong en herkomst van de naamdragers.

Op de website van de Nederlandse Familienamenbank kan je met je muis de concrete aantallen per gemeente weergeven.

Verberne

Telling 2007
Telling 1947

Van Berne

Telling 2007
Telling 1947

Van Bern

Telling 2007
Telling 1947

Van Berne – Wijk bij Duurstede

In mijn zoektocht naar verbanden tussen de verschillende takken van Verberne varianten kwam ik een tak tegen van de familie Van Berne uit de regio Wijk bij Duurstede uit de tweede helft van de 18e eeuw.

Het frappante hierbij is dat ik tot dusver geen directe relatie heb kunnen vinden via de paternale lijn, maar vreemd genoeg wel via de maternale lijn: Adrianus van Berne, geb. 25 August 1777, als aangetrouwd familielid.

Ook vond ik geen mogelijke geografische oorsprong in de regio rondom Wijk bij Duurstede voor de naam Van Berne, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat die er niet is geweest. Wellicht is er een Van Berne geweest die vanuit de Peel naar Wijk bij Duurstede is getrokken?

75 kilometer van de Peel naar Wijk bij Duurstede

Graag kom ik in contact met iemand die er onderzoek naar gedaan heeft en meer kan vertellen over de historie van de Van Berne’s in Wijk bij Duurstede.

Relatie tot Adrianus van Berne
De echtgenoot van mijn tiende nicht in de tweede graad

Afbeelding pagina: Gezicht over de Lek op de stad Wijk bij Duurstede met walmuur en molen Rijn en Lek 1840. Cat.nr. 96298
Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht

Historische Vereniging Texel

In 2009 ontving ik van mijn neef B. Verberne een fotokopie van een Uitgave van de Historische Vereniging Texel, nummer 18 uit 1991. De kwaliteit van de kopie was niet ideaal en gelukkig vond ik een digitale versie in het Regionaal Archief Alkmaar.

Wegens copyright kan ik slechts een paar citaten plaatsen.

De gehele uitgave is te lezen op de website van het Regionaal Archief Alkmaar. Er staan interessante en amusante beschrijvingen in met foto’s van de Texelse bevolking.

Blz.3:

Jacob Jansz Verberne

"De textielhandel was door rondtrekkende marskramers op Texel al sinds 1700 bekend. Deze eer komt toe aan Jacob Jansz. VERBERNE (1664 -1713/4). De Verbernes zijn afkomstig uit Brabant, wonende in de omgeving van Lierop. Samen met een ongehuwd familielid, Joost Michielsz. Verberne (1672-1739) die handelaar in dekens was en in 1704 een huis in de Binnenburg bezat doch daar nimmer heeft gewoond, deed Jacob Jansz. Verberne ook zaken in Schagen, Wieringen en Den Helder. In de laatstgenoemde plaats is Joost Verberne overleden.
In 1702 had Jacob Jansen Verberne zich met zijn gezin op Texel gevestigd toen hun derde kind werd geboren. Uit enige akten is gebleken, dat hij " met z'n mars aan 't Schild was" koopman in laken, maar ook in glas , alsmede winkelier was. De zoon Jellis Jacobz. VERBERNE (1705 - 1773) trouwde op Texel, woonde in de Hogerstraat op nr. 251, en werd in 1742 "winkelier en verwer" genoemd terwijl in 1750 zijn beroep wordt omschreven als "verwer van klederen" en in 1770 was hij ook opkoper van vellen en ploosters (=huiden met wol ).
Bij zijn overlijden bedroeg zijn vermogen fl. 42.000.--, doch zijn winstgevende bedrijf werd niet voortgezet door de kinderen, die boeren , zeelieden, kapiteins en molenaar zijn geweest."

Blz. 11:

Jan Verberne

"Jan VERBERNE (1847 - 1935) was een zoon van de onderwijzer met een particuliere school Pieter Willemsz. Verberne. Als "Jan van Mesieu" werd hij op Texel bekend. Hij doorliep de Ieertijd in het manufacturenvak bij Bramlage in Den Helder en probeerde een zaak in Alkmaar op te zetten, maar na een half jaar gaf hij dat op. In Januari 1876 opende hij zijn zaak in de woonkamer van zijn ouders op de hoek van de Molenstraat en de Zwaanstraat. Nauwgezet, eerlijk en hardwerkend werd Jan genoemd. Hij ging veel op pad met zijn handel. Een bed werd met de kruiwagen weggebracht naar Den Hoorn, terwijl toch voerlieden naar dat dorp reden. In 1891 kocht Jan Verberne voor fl. 1800.-- het huis van zijn moeder en bouwde een moderne winkel en magazijn. 
Dat jaar trouwde hij met Anna Simons Zijm. De bruiloft werd in het vroegere schoollokaal gevierd. In het gezin werden twee kinderen geboren, Pieter (1893 - 1969) en Agatha (1895 - 1981), die beiden in de zaak gingen werken. In 1941 werd de zaak verplaatst naar een nieuw gebouwd pand op de hoek van de Vismarkt en de Binnenburg, terwijl Agatha de bovenwoning betrok en Piet, toen gehuwd, in de Molenstraat bleef wonen. In 1956 besloten zij de winkel te verhuren aan Zegel, die daar hun textielhuis vestigden, zodat na 80 jaren de vertrouwde naam Verberne opnieuw uit deze branche verdween."
De winkel van Verberne op de hoek van de Zwaanstraat en de Molenstraat. Tot 1881 had P.W. Verberne hier de Franse School.

Blz. 12:

"De aard van Verberne bracht mee, dat ze de uitgaven tot een minimum beperkten. Zo werden alle binnengekomen verpakkingen hergebruikt en de knopen uit de touwtjes losgemaakt. Daaraan moet nog worden toegevoegd: Gauw nijdig.
Eerste geval: Een goed verhaal kon Piet Witte (Piet Snot) zeker vertellen. Die ging als jochie eens om een pet naar Verberne en kreeg door deze de eerste keurig aangereikt. Deze paste niet, de tweede was niet de goeie kleur en na de derde wierp Verberne hem de petten stuk voor stuk vanachter de toonbank toe.
Tweede geval: Verberne had een goeie eigen plaats in de kerk doch voor hem zat een oude man, die Jan Bakker heette en altijd "Haspel-pen van puntdreed" werd genoemd. Die naam had Bakker te danken aan het om zijn lichaam draaien van een stuk prikkeldraad, dat hij van een tuunwal moest halen. Het had veel inspanning gekost die draad weer te verwijderen. Bakker had steeds moeite om gedurende bepaalde delen van de mis te knielen en telkens als hij bleef zitten duwde Jan Verberne hem met zijn kerkboek hardhandig naar voren. Bakker nam revanche door het kerkboek uit zijn handen te slaan en Verberne was ziedend."

Bron & copyright: Regionaal Archief Alkmaar

Ridder Fulco van Berne

Geschiedenis

Het voormalige Kasteel van Bern, Berne of Beern, gelegen aan de Maas in het huidige Gelderland nabij Zaltbommel, vormde in de vroege twaalfde eeuw het centrum van een adellijk domein. Hier resideerde Ridder Fulco van Berne, ook wel Folkold genoemd, samen met zijn echtgenote Bescela van Someren. Hun beider namen zijn in verschillende oorkonden uit de eerste helft van de twaalfde eeuw overgeleverd, waaronder een vermelding van Fulco als getuige bij een schenking aan de abdij van Sint-Truiden tussen 1108 en 1121. Dit duidt op zijn aanzien als lokale burchtheer met contacten in de hogere geestelijke kringen van het Maasgebied.

Rond 1132 moet zich een voorval hebben voorgedaan dat van groot belang was voor Fulco’s leven en voor de geschiedenis van Berne. Volgens de oudste overlevering, bewaard in de zogeheten stichtingskroniek van de latere abdij, raakte Fulco in levensgevaar. Hij werd, zo luidt het verhaal, door vijanden omsingeld en zag geen uitweg meer. In dat moment van nood zou hij een gelofte hebben afgelegd: als hij ongedeerd aan zijn belagers kon ontsnappen, zou hij zijn kasteel aan God wijden en er een klooster van maken. De kroniek vertelt hoe hij daarop met zijn paard in de Maas sprong en wonderbaarlijk de overkant bereikte.

Ridder Fulco Van Berne met rechts Kasteel van Berne

Hoewel de letterlijke waarheid van dit verhaal niet met zekerheid valt vast te stellen, sluit het goed aan bij de religieuze denkwereld van de twaalfde eeuw. De gedachte dat een adellijk persoon door een persoonlijke gelofte zijn leven aan God verbindt, was typerend voor een tijd waarin de adel steeds vaker religieuze instellingen stichtte ter wille van het eigen zielsheil. De stichting van een klooster bood gebed en eeuwige gedachtenis voor de stichters en hun familie, en versterkte tegelijk hun prestige in de regio.

Abdij van Berne

In 1134 schonken Fulco en zijn vrouw Bescela hun burcht met de bijbehorende gronden aan de orde der norbertijnen, ook bekend als premonstratenzers. Deze orde was pas enkele jaren eerder gesticht door Norbertus van Xanten en trok veel edellieden aan die sympathiseerden met haar hervormingsgezinde en apostolische levenswijze. Daarmee ontstond op het terrein van het kasteel de Abdij van Berne, een van de vroegste norbertijnenstichtingen in de noordelijke Nederlanden.

Bern, zicht vanaf Kasteel Nederhemert, foto: Jos Abee

Over de achtergrond van Fulco’s bedreiging bestaan geen eenduidige historische verklaringen. De bronnen zwijgen over de identiteit van zijn vijanden en over de aard van het conflict. Sommige latere vertellingen suggereren dat hij als ridder mogelijk betrokken was bij militaire ondernemingen van zijn tijd, maar er is geen enkel bewijs dat hij aan een kruistocht heeft deelgenomen of dat zijn gevaar daaruit voortkwam. Waarschijnlijker is dat de dreiging waarmee hij werd geconfronteerd te maken had met de onstabiele politieke verhoudingen in het Maas- en Waalgebied, waar de invloedssferen van Gelre, Holland en het Sticht Utrecht elkaar raakten. Geweld tussen lokale heren was in deze grensstreek niet ongewoon, en het is aannemelijk dat Fulco slachtoffer werd van een dergelijk regionaal machtsconflict.

Bescela van Someren, Fulco’s echtgenote, speelde eveneens een wezenlijke rol in deze geschiedenis. Zij bracht mogelijk eigen goederen in het huwelijk en schonk deze mede aan de nieuwe abdij. Volgens de kroniek trad zij na de stichting zelf toe tot het religieuze leven, vermoedelijk als norbertines in het vrouwenklooster van Altforst, dat met Berne verbonden stond. Haar keuze illustreert de diepe religieuze overtuiging die aan de stichting ten grondslag lag. De echtelieden beschouwden hun schenking niet enkel als een vroom gebaar, maar als een daadwerkelijke overgave van hun leven aan de dienst van God.

Heerlijkheid Bern

We kunnen ervan uitgaan dat Fulco en zijn vrouw al enige tijd in hun kasteel woonden voordat zij het aan de kerk schonken in 1134. Dit betekent dat hij zijn landgoed (de Heerlijkheid Bern) enkele decennia eerder had verkregen en daar vervolgens zijn kasteel op liet bouwen. Het is dan ook aannemelijk dat de Heerlijkheid Bern eind elfde, begin twaalfde eeuw in zijn bezit is gekomen en sindsdien bestaat.
Hieruit valt tevens te concluderen dat de naam Van Berne al sindsdien in gebruik is!

Het klooster dat op het kasteelterrein van Berne ontstond, groeide in de daaropvolgende eeuwen uit tot een invloedrijke abdij. Zij bleef tot ver in de zestiende eeuw op dezelfde plaats bestaan.

Kasteel Nederhemert

Twee abdijen

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in 1579, werd het complex door oorlogsgeweld verwoest en verlieten de norbertijnen hun eeuwenoude verblijfplaats. Om te voorkomen dat de Spanjaarden kastelen in de Nederlanden in handen zouden krijgen zijn veel kastelen op grote schaal en door eigen toedoen vernietigd. Of dat voor de Abdij van Berne ook gold of dat het door Spanjaarden is vernietigd is niet bekend.
Drie eeuwen later, 278 jaar, om precies te zijn werd in 1857 in Heeswijk, in Noord-Brabant, de nieuwe Abdij van Berne geopend, waar deze tot op de dag van vandaag nog bestaat.

De geschiedenis van het kasteel van Berne weerspiegelt zo de overgang van feodale macht naar geestelijke toewijding in de vroege middeleeuwen. Wat begon als de zetel van een regionale ridderfamilie werd door een persoonlijke gelofte en religieuze overtuiging omgevormd tot een klooster dat bijna vier en een halve eeuw het religieuze leven in de regio bepaalde. Fulco van Berne is in dat licht minder de krijgsman van kruistochten dan de voorbeeldfiguur van een ridder die, geconfronteerd met sterfelijkheid en dreiging, zijn wereldlijk bezit inruilde voor een erfenis van geloof, gebed en beschaving.

Abdey van Beern – Hendrik Verhees – 1794

Stichtingskroniek van de Abdij van Berne

Inhoud en achtergrond

De Stichtingskroniek van Berne is een korte Latijnse kroniek uit de twaalfde eeuw die de oorsprong van de abdij beschrijft. Ze werd waarschijnlijk enkele decennia na de stichting (rond 1150–1170) opgetekend, vermoedelijk door een norbertijn uit Berne zelf. De tekst behoort tot de vroegste voorbeelden van kloosterstichtingsverhalen in de Lage Landen. Het werk heeft de typische structuur van een fundatio-tekst: het schetst de vroomheid van de stichter, de aanleiding tot de gelofte, de schenking van de goederen en de komst van de eerste religieuzen.

Stichtingsoorkonde van de Abdij van Berne, 1134
Andries van Cuyk, bisschop van Utrecht, bevestigt de schenking van heer Folkold van Berne en zijn vrouw Bescela aan de abt van Mariënweerd, namelijk van hun goederen te Berne en elders, tot stichting van een nieuw klooster. Perkament, 53 × 31 cm, met zegel van de bisschop.
Archief Abdij van Berne

Bron: DBNL


De gelofte van Fulco

De kroniek opent met de beschrijving van ridder Fulco van Berne, een man van aanzien die een burcht bezat aan de Maas. Hij wordt geprezen als “een vrij en godvrezend man” (vir liber et divus). Op een dag wordt hij door vijanden bedreigd en in het nauw gedreven. De kroniek vertelt hoe hij, “toen hij van alle kanten omsingeld was, zijn hoop op God stelde en tot Hem riep om redding.”

Een kerncitaat luidt in vertaling:

“Toen hij zag dat hij niet meer kon ontkomen, beloofde hij in zijn hart dat, indien hij met Gods hulp behouden zou blijven, hij zijn huis aan de Heer zou toewijden en het tot een klooster zou maken.”

Volgens het verhaal sprong Fulco te paard in de rivier de Maas, waar hij “tegen de stroom in” overzwom en veilig de overkant bereikte. Zijn ontkoming werd als een goddelijk wonder beschouwd en bevestigde hem in zijn gelofte.

De stichting van het klooster

Nadat Fulco zijn belofte vervulde, schonk hij zijn burcht en de omliggende landerijen aan God. Zijn vrouw, Bescela van Someren, stemde daarmee in. De kroniek vermeldt haar nadrukkelijk als mede-stichteres:

"Zijn echtgenote, een vrouw van heilig leven, verenigde zich met hem in dit voornemen.”

Zij zouden daarop contact hebben gezocht met de orde van de norbertijnen, die kort daarvoor door de heilige Norbertus was gesticht. Fulco verzocht de orde om enkele kanunniken naar Berne te sturen om het nieuwe klooster te bevolken. De eerste norbertijnen kwamen volgens de kroniek vanuit de abdij van Mariënweerd (bij Beesd), destijds een belangrijk centrum van de orde in de Nederlanden.

De tekst verhaalt verder dat Fulco na de stichting een eenvoudig leven leidde in de nabijheid van de kloosterlingen en zijn laatste jaren in gebed doorbracht. Over Bescela zegt de kroniek dat zij “in kuisheid en godsvrucht” verder leefde en mogelijk later intrad bij de norbertinessen van Altforst, die met Berne verbonden waren.

Een opvallend citaat luidt:

“En zo schonk hij niet slechts zijn bezit, maar ook zichzelf aan de dienst van Christus, opdat zijn huis voortaan niet meer een vesting van de wereld, maar een woning van vrede zou zijn.”

De kroniek besluit met een korte zegenformule en de vermelding dat “dit alles gebeurde in het jaar van de Heer 1134”. Daarmee is de stichting van Berne een van de vroegste norbertijnenabdijen in de Lage Landen geworden. Het werk dient niet alleen als historisch verslag, maar vooral als spiritueel voorbeeld: het benadrukt bekering, dankbaarheid en de overgang van wereldlijke macht naar geestelijke toewijding.

Historische beoordeling

Latere onderzoekers wijzen erop dat de Stichtingskroniek deels legendarische elementen bevat. Er is geen extern bewijs voor de vijandige aanval of de wonderbare oversteek van de Maas, maar het verhaal weerspiegelt een bekend middeleeuws motief: de ridder die door een levensgevaarlijke ervaring tot inkeer komt en zijn rijkdom aan God wijdt. Het geeft daarmee een religieuze legitimatie aan de stichting van het klooster, zoals veel adellijke stichters uit die tijd dat deden.

Kasteel Hemert en Abdij van Bern (Beern)
Bron: Toonneel des Aertrijcx

De bovenstaande afbeelding en de eerder op deze pagina getoonde foto laten zien dat de afstand tussen Kasteel Hemert (tegenwoordig: Nederhemert) en Kasteel/Abdij van Bern slechts een kilometer was. Het kan dan ook haast niet anders dan dat het in de feodale tijd tot spanningen kwam tussen de Heren Hendrik van Hemert en Fulco van Berne wegens conflicterende belangen.

Afkomst

Over de afkomst van Fulco van Berne is weinig met zekerheid bekend. Vermoed wordt dat hij afkomstig was uit de regio Lierop, Asten en Someren, ten oosten van Eindhoven en grenzend aan de Peel. De familienamen Van Berne en Verberne komen namelijk oorspronkelijk uit dit gebied. Ook zijn echtgenote Bescela van Someren lijkt uit dezelfde streek te stammen, al ontbreekt daarvoor sluitend historisch bewijs.

Blaeu detail uit novus 17 provincien1652

In hoeverre Fulco verwant was aan de familie Verberne uit de Peel is onduidelijk, al lijkt een gemeenschappelijke oorsprong erg waarschijnlijk. Verbastering van namen was niet ongewoon en varianten als Van Berne, Verberne of Verbernen kwamen geregeld voor binnen dezelfde families. Niet iedereen kon lezen en schrijven en het was meestal de schout/schepen of schrijver/ambtenaar die de schrijfwijze van de naam noteerde waarmee de betreffende persoon en diens nazaten de geschiedenis in gingen.
Het is niet bekend of Fulco en Bescela enig nageslacht hebben nagelaten, wat mogelijk een rol gespeeld kan hebben in hun religieuze toewijding.

Fulco stamde vermoedelijk uit een lagere adellijke familie of ministerialiteit in de Peelregio, wellicht verbonden aan de lokale heren van Asten of Lierop. Door zijn huwelijk met Bescela van Someren verwierf hij vermoedelijk extra bezit. Mogelijk door een bewezen dienst aan een van zijn heren (superieuren) heeft hij vervolgens het stuk land (heerlijkheid) verkregen, een strategisch gelegen domein aan de Maas, vernoemd naar zijn naam Berne en afkomst uit de Peel. Daar vestigde hij zich als heer, liet een versterkte woning bouwen (het kasteel van Berne) en werd in de bronnen aangeduid als dominus de Berne (“Heer van Berne”).

Parenteel Fulco van Berne

De naam Van Berne verwijst dus niet naar een oud adellijk geslacht, maar eerder naar een toponymische (geografische) titel die Fulco aannam nadat hij zich aan de Maas had gevestigd. Hij was een ridder van adel en heer van Berne, met bezittingen in de heerlijkheid Bern(e), waaraan hij zijn naam had verbonden.

Overigens is de vermelding van Fulco van Berne met de stichting van de Abdij in 1134, de oudst bekende vermelding met deze naam. De officiële registraties in civiele registers met achternamen als Van Berne/Verberne ontstonden pas zes/zeven eeuwen later en formeel pas in 1811, na de Franse tijd, hoewel achternamen al eeuwen in gebruik waren. In oudere doopregisters kwamen achternamen al eerder voor.

Een heerlijkheid was in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd een privaat bestuurd gebied met pachters en horigen binnen een groter rijk (bijv. het hertogdom Brabant of het graafschap Holland). Het was geen zelfstandige staat, maar een soort mini-rechtsgebied waarin een lokale heer (of vrouwe) bepaalde bevoegdheden uitoefende.

De Heerlijkheid Berne, gelegen aan de Maas bij het huidige Heeswijk (Noord-Brabant), vormde in de 11e en 12e eeuw deel van het Graafschap Maasland, en kwam later onder invloed van de heren van Kleef en het Hertogdom Gelre.

Heraldiek

Het was niet ongewoon dat Heerlijkheden geregeld de krachten bundelden onder gezamenlijke vlag. Er is echter geen wapen bekend dat uit de Middeleeuwen stamt.
Het getoonde wapen is een relatief recent ontwerp, ingevoerd bij Koninklijk besluit op 16 juli 1817 en afgeleid van het wapen van de familie Rietveld, waarvan er een ooit burgemeester was van Herpt en Sprang.

Locatie: Bernsestraat 9, Heusden, Noord-Brabant
Foto: John Scholte
Wapen gemeente Herpt en Berne.
Het wapen is officieel verleend op 28 september 1819

De familie van Berne was een ministeriaal geslacht: dat wil zeggen, edelen in dienst van een hogere heer (waarschijnlijk de graaf van Kleef of een plaatselijke leenheer van het bisdom Utrecht). Zulke families waren in oorsprong hofambtenaren of bewapende dienstmannen, die gaandeweg een ridderschapsstatus verwierven.

Fulco’s bezit van een burcht aan de Maas (het latere Kasteel van Berne) toont dat hij niet zomaar een lage vazal was, maar een regionale heer met eigen grond en horigen — precies het profiel van iemand die tot ridder geslagen kon worden.

In Fulco’s tijd (eerste helft 12e eeuw) was ridder worden geen erfelijke titel, maar een standshandeling binnen de adel. Jongemannen uit adellijke families doorliepen een vast patroon:

  • Page-tijd: op jonge leeftijd (rond 7 jaar) werd de jongen naar het hof van een hogere edelman gestuurd om daar etiquette, omgangsvormen, jacht en paardrijden te leren.
  • Knecht- of schildknaap-tijd: vanaf ca. 14 jaar diende hij een ridder, leerde wapengebruik, discipline en de krijgskunst.
  • Ridderslag (adoubement): meestal tussen 18 en 25 jaar werd hij, na bewezen moed of trouw, tot ridder geslagen. Dat gebeurde in een religieuze ceremonie met een eed op eer, geloof en trouw.

Het is aannemelijk dat Fulco deze weg doorliep aan het hof van zijn leenheer — mogelijk de graaf van Kleef of diens vazal in de regio Oss–Grave.

De meeste middeleeuwse ridders werden geslagen na een wapenfeit of bij een belangrijke gebeurtenis, bijvoorbeeld:

  • deelname aan een veldtocht of kruistocht,
  • bescherming van een gebied tegen invallen,
  • of als erkenning van adellijke status bij erfenis van een heerlijkheid.

In Fulco’s geval ligt het laatste scenario het meest voor de hand. Hij was heer van Berne en waarschijnlijk rond 1120–1130 actief als gewapende landheer.
Sommige latere bronnen (zoals de Stichtingskroniek van Berne) suggereren dat hij aan een kruistocht deelnam, al is dat niet rechtstreeks bewezen. Mocht hij inderdaad een expeditie naar het Heilige Land of een “kruistochtgelofte” hebben afgelegd, dan zou de ridderslag ook in dat kader kunnen hebben plaatsgevonden — een gebruik dat in de tijd van de Eerste Kruistocht (1096–1099) en daarna steeds vaker voorkwam.

Het ridder-zijn was voor Fulco niet enkel een militaire status, maar ook een morele en religieuze rol. In de Stichtingskroniek wordt hij beschreven als vir liber et divus — een “vrij en godvrezend man”. Zijn latere gelofte om zijn kasteel aan God te schenken past bij het ideaal van de christelijke ridder:

De krijgsman die zijn zwaard uiteindelijk neerlegt om Christus te dienen.”

Dit was een bekend motief in zijn tijd. Ridders zoals Fulco die zich bekeerden tot een religieus leven of hun goederen schonken aan kloosterorden, werden als voorbeeldig beschouwd — ze verbonden de wereldlijke ridderdeugd met christelijke overgave.

Ridder Fulco van Berne werd waarschijnlijk tot ridder geslagen tussen ca. 1115 en 1130 als lid van een regionale ministeriale adelsfamilie in dienst van de graaf van Kleef of Gelre, mogelijk na bewezen krijgsdienst of als erkenning van zijn erfelijke heerlijkheid.

Zijn ridderschap vormde de basis van zijn aanzien, maar ook van zijn religieuze bekering: na een levensbedreigende gebeurtenis — volgens de kroniek een aanval door vijanden — legde hij een gelofte af die leidde tot de stichting van de Abdij van Berne in 1134.

Afbeelding pagina: Abdy van Beern, door Cornelis Pronk 1740
Bronnen: kasteleninnederland.nl, DBNL, Wierook, Wijwater & Worstenbrood, Abdij van Berne, Open Monumentendag, Brabants Erfgoed, Nicovandinther.nl, DBNL

Pagina 1 van 3

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén

Translate »